Kerkenraad hoeft oud-diakenen Tricht-Geldermalsen niet opnieuw toe te laten

Interne kerkelijke rechtsgang biedt onvoldoende waarborgen
De voorzieningenrechter oordeelt allereerst dat de burgerlijke rechter, ondanks de scheiding tussen kerk en staat, bevoegd is om over dit geschil te oordelen. Het Het opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. van het kerkgenootschap op niet-ontvankelijkheid, omdat de interne kerkelijke rechtsgang nog niet was doorlopen, wijst zij af. Deze interne procedure biedt onvoldoende waarborgen, mede omdat aan advocaten de toegang is geweigerd en er sprake is van verwevenheid van personen in meerdere kerkelijke functies.
Collectief aftreden niet in strijd met kerkelijke regels
Inhoudelijk oordeelt de voorzieningenrechter dat het besluit tot collectief aftreden niet in strijd is met de eigen kerkelijke regels uit de Dordtse Kerkorde (DKO). Ook al voorziet deze niet expliciet in collectief aftreden.
De uitleg van de diakenen dat het ambt niet bij meerderheidsbesluit kan worden afgenomen, omdat het een individueel eigendomsrecht is, lijkt niet te stroken met de DKO. Het kerkgenootschap stelde volgens de voorzieningenrechter terecht dat ambtsdragers hun ambt uitoefenen in dienst van de gemeente en zich moeten onderwerpen aan meerderheidsbesluiten van de kerkenraad. Dit betekent dat de uitkomst van de stemming van de kerkenraad, en het daaropvolgende besluit van de classis, voorlopig niet als onrechtmatig kunnen worden beschouwd.
Rust en herstel
Bij de belangenafweging kijkt de voorzieningenrechter ook naar het belang van de gemeente en het kerkgenootschap. De situatie was ernstig verstoord, met een onvruchtbare samenwerking binnen de kerkenraad en een risico op scheuringen in de gemeente. Inmiddels is er meer rust, onder meer na de benoeming van nieuwe kerkenraadsleden. De rust en het herstel in de kerkenraad en gemeente weegt zwaarder dan het belang van de diakenen bij terugkeer. Daarom wijst de voorzieningenrechter de vorderingen van de oud-diakenen af.