Voormalig rijschoolhouder mag niet meer in buurt CBR-locaties komen

Lijfsdwang volgt als rijschoolhouder regels overtreedt

Zutphen|
De kortgedingrechter oordeelt dat een voormalig rijschoolhouder niet meer in de buurt van CBR-locaties mag komen. Doet hij dat toch, dan kan de man tijdelijk opgenomen worden in een huis van bewaring. Dit wordt ook wel lijfsdwang of civiele gijzeling genoemd.

Illustratieve afbeelding

De voormalig rijschoolhouder was niet aanwezig bij de zitting in Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure').. Daarom is tegen hem verstek verleend. Dit betekent dat de vorderingen die de andere partij - het CBR - indiende, worden toegewezen tenzij de vorderingen volgens de kortgedingrechter ‘onrechtmatig of ongegrond’ zijn.

De Strafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij.

Het CBR wilde in dit kort geding dat de voormalig rijschoolhouder zich niet meer mag ophouden in de omgeving van haar locaties in de provincies Gelderland en Overijssel. Verder vorderde het CBR dat de man zou stoppen met het achtervolgen van mensen die praktijkexamens doen en dat hij ook zou stoppen met het in beeld brengen van inzittenden van examenritten. Daarbij vroeg het CBR de rijschoolhouder opnieuw te veroordelen om eerdere veroordelingen uit het Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. van deze rechtbank van 30 november 2023- U verlaat Rechtspraak.nl na te komen en dit keer op straffe van lijfsdwang.  

Beslissing

De vorderingen van het CBR zijn volgens de kortgedingrechter niet onrechtmatig of ongegrond. Daarom wijst de rechter de vorderingen voor een groot deel toe. De rijschoolhouder wordt daarbij veroordeeld op straffe van lijfsdwang. Dit betekent dat de rijschoolhouder gegijzeld mag worden als hij de veroordelingen niet nakomt. Volgens de kortgedingrechter heeft het CBR voldoende duidelijk gemaakt dat minder zware maatregelen onvoldoende uitkomst zullen bieden.