Celstraffen voor bomaanslag bij café in Wageningen

Op 13 maart 2026 vond een explosie plaats bij een café in Wageningen. De explosie veroorzaakte schade aan de deur en hal van het café. Er was een zogenaamde cobra 6 met een fles benzine geplaatst en aangestoken door de vrouw uit Rotterdam. Van de explosie maakte zij een filmpje. De man uit Cappelle aan de IJssel haalde haar op en bracht haar naar Wageningen. Na de explosie bracht de man haar terug. Beide handelden in opdracht van een onbekend gebleven persoon. Via een groepschat werden zij geïnstrueerd en hielden zij de opdrachtgever op de hoogte.
De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt bewezen dat het duo samen met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht, terwijl daarvan gevaar voor goederen te duchten was. Dat de vrouw onder druk is overgegaan tot het bewezenverklaarde feit, zoals zij stelde, is niets gebleken en dat acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk.
Vrijspraak van onder andere levensgevaar
De rechtbank spreekt het duo vrij van de verdenking ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander’. In het dossier zit onvoldoende informatie over (de kracht van) het middel waarmee de explosie is veroorzaakt om iets te kunnen zeggen over de aanmerkelijke kans op levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
Deels voorwaardelijke celstraf
De rechtbank legt aan de man een celstraf van 24 maanden op waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Voor het voorwaardelijke strafdeel geldt een De rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 3 jaar en hieraan verbindt de rechtbank de voorwaarden zoals de Instelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. heeft geadviseerd, namelijk een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan diagnostiek en een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer in deze zaak en zijn gezinsleden, een locatieverbod voor de gemeente Wageningen en/of Rhenen met elektronische monitoring, een locatiegebod voor het verblijfadres van de man met elektronische monitoring, meewerken aan dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening.
Jeugdstrafrecht
De reclassering stelde een rapport over de vrouw uit Rotterdam op en ziet aanleiding om het Strafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is. toe te passen. De rechtbank neemt dit advies over. Aan het voorwaardelijke strafdeel wordt een proeftijd van 2 jaar verbonden en bijzondere voorwaarden. De voorwaarden bestaan uit een meldplicht, verblijven bij begeleid wonen, een contactverbod met de medeverdachte, meewerken aan dagbesteding, meewerken aan hulpverlening en meewerken aan diagnostiek en een eventuele behandeling die daaruit voortvloeit. Verder legt de rechtbank aan de vrouw een leerstraf van 40 uur op.
Signaal afgeven
De straf voor de vrouw uit Rotterdam wijkt af van de Strafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de Een officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is.. Hij eiste naast een voorwaardelijke straf de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest (15 dagen) plus een leerstraf van 40 uur en een taakstraf van 80 uur. De rechtbank vindt dat dit geen recht doet aan de ernst van het delict. Volgens de rechtbank valt het aan de maatschappij niet uit te leggen dat een verdachte, die in opdracht of op verzoek van een ander een vuurwerkbom laat exploderen bij een pand op de openbare weg - waarbij in dit geval slechts gevaar is veroorzaakt voor goederen maar waar het vele malen slechter had kunnen uitpakken - een zeer beperkte jeugddetentie krijgt opgelegd. Het gemak waarmee jonge verdachten overgaan tot zeer ernstige feiten baart de rechtbank ernstig zorgen. Door het opleggen van de genoemde straf aan de vrouw wil de rechtbank dan ook een signaal afgeven.
Schadevergoeding
De eigenaar van het café en zijn zoon hebben vorderingen tot het verkrijgen van schadevergoeding ingediend. De rechtbank wijst aan de eigenaar 2 duizend euro aan smartengeld toe. Hij wordt voor het overige Niet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard. De rechtbank vindt dat als de eigenaar van het café in de gelegenheid wordt gesteld tot een nadere onderbouwing van de vordering, dat een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Hij kan dat deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. De zoon van de café-eigenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Ook hij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.