Duo veroordeeld voor schietincident in Arnhem

Aan het schietincident op 28 januari 2025 ging een conflict in het winkelcentrum in Arnhem vooraf tussen de 22-jarige man en een groep jongens. Over en weer werd uitgedaagd. De man zwaaide daarbij met een mes in de richting van de groep. Op het moment dat hij het winkelcentrum verliet, werd hij nog steeds achtervolgd door de groep. De 22-jarige zocht vervolgens telefonisch contact met een vriend voor hulp. Op een gegeven moment kwamen zij elkaar tegen in de buurt van de woning van de 20-jarige Arnhemmer. Vervolgens schoot de 20-jarige man met een vuurwapen in de richting van een jongen van de groep. Bij het schietincident raakte niemand gewond.
Poging doodslag
De 20-jarige man verklaarde dat hij met het vuurwapen in de richting van één van de jongens schoot, maar dat hij bewust miste. De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de man op slechts enkele meters afstand meerdere malen in de richting van het slachtoffer schoot. Daarmee nam hij bewust het risico dat hij het slachtoffer zou raken en daarbij zou kunnen doden. Volgens de rechtbank is sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
Vrijspraak van medeplegen
De rechtbank spreekt de 22-jarige vrij van het medeplegen dan wel medeplichtigheid aan de poging tot Het iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord.. De rechtbank kan niet vaststellen dat hij - voordat hij de 20-jarige man tegenkwam - wist dat de 20-jarige man een vuurwapen zou meenemen en daar vervolgens mee zou gaan schieten. De rechtbank veroordeelt hem wel voor de bedreiging met het vuurwapen. Daarnaast maakte hij zich schuldig aan bedreiging met een mes in het winkelcentrum.
Geen noodweer
Het duo deed een Het opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op Het plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit., maar de rechtbank gaat hier niet in mee. Ze oordeelt dat het duo bewust de confrontatie opzocht, terwijl dit niet noodzakelijk was. Daarnaast hadden zij zich op meerdere momenten kunnen onttrekken aan de situatie.
Personen in gevaar gebracht
Het duo maakte zich schuldig aan ernstige delicten. Er mag van geluk gesproken worden dat er uiteindelijk niemand ernstig gewond is geraakt. Hoewel de 22-jarige man niet met het vuurwapen heeft geschoten, bleef hij wel de groep uitdagen. De rechtbank rekent het de 20-jarige man aan dat hij niet alleen het leven van het slachtoffer in gevaar heeft gebracht, maar ook van andere personen die in de buurt van het incident waren.
Schadevergoeding
Tot slot moet het duo 3 duizend euro aan smartengeld betalen. De andere Slachtoffer dat schade heeft door een strafbaar feit en daarvoor in het strafproces een vergoeding van de verdachte heeft gevraagd., een jongen die ook onderdeel was van de groep, is niet-ontvankelijk verklaard. Voor zijn vordering is meer onderzoek nodig, maar daarvoor leent het strafproces zich niet. Hij kan zijn vordering nog wel aan de burgerlijke rechter voorleggen.