Arnhem|

6 jaar cel voor poging tot doodslag in Arnhems café

De rechtbank veroordeelt een 31-jarige man uit Arnhem voor poging tot doodslag en voor het in bezit hebben van een vuurwapen en munitie. De rechtbank neemt de eis van de officier van justitie over en legt de man een gevangenisstraf van 6 jaar op.

Op 21 augustus 2020 vond een schietincident plaats in café Arnhem-Noord op de Steenstraat in Arnhem. Eerder op de dag had de man al een woordenwisseling gehad met het slachtoffer. In het café kwamen zij elkaar weer tegen. Zij kregen opnieuw een discussie met elkaar, waarbij het slachtoffer een kopstoot gaf aan de man. Uiteindelijk pakte de man een vuurwapen - dat hij onder zijn broeksband had - en vuurde meerdere kogels af in de richting van het slachtoffer. Daarbij werd het slachtoffer in zijn bovenlichaam geraakt.

Poging doodslag bewezen

Het verweerDe verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. van de man dat hij het slachtoffer wilde afschrikken en dat hij alleen op de grond heeft geschoten, volgt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. niet. Op de beelden van de camera's in het café was namelijk te zien dat de man het vuurwapen op het slachtoffer richtte. Dit bleek ook uit de verwondingen van het slachtoffer, die in zijn rug en onder zijn oksel is geraakt. De rechtbank vindt dan ook bewezen dat de man vol opzet heeft gehad om het slachtoffer te doden.

Geen noodweerexces

De man verklaarde te hebben gehandeld uit noodweerexcesAls iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweerexces. De dader is dan niet strafbaar., omdat hij na de kopstoot hoog in zijn emoties zat. Ook deze verklaring verwerpt de rechtbank. Nadat de man een kopstoot kreeg, draaide hij zich om en liep hij weg. Vervolgens draaide hij zich terug om, liep weer in de richting van het slachtoffer en schoot op hem. Op dat moment was volgens de rechtbank de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding al voorbij. Omdat er geen sprake was van een noodweersituatie, kan het beroep op noodweerexces niet slagen.

Strafbepaling

De rechtbank houdt bij de strafbepaling rekening met het feit dat het hier gaat om een zeer ernstig misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank.. Dat de man het conflict heeft willen beslechten door een vuurwapen te gebruiken, vindt de rechtbank zorgelijk. Dat het slachtoffer niet is gedood, is een gelukkige omstandigheid die niet aan het handelen van de man te danken is. Het slachtoffer ervaart nog steeds klachten als gevolg van het incident. De rechtbank weegt ook mee dat het incident plaatsvond op een drukke en zomerse vrijdagmiddag. In een café waren op dat moment meerdere mensen aanwezig. Het misdrijf had daardoor niet alleen ingrijpende gevolgen voor het slachtoffer, maar vergrootte ook de onrust en het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank vindt daarom alleen een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

Schadevergoeding

Tot slot wijst de rechtbank de schadevergoeding van de benadeelde partijSlachtoffer dat schade heeft door een strafbaar feit en daarvoor in het strafproces een vergoeding van de verdachte heeft gevraagd. gedeeltelijk toe.