Arnhemmer veroordeeld voor brandstichting en vernieling

Op 21 december kwam de man een woning binnen door een ruit kapot te slaan. Vervolgens stichtte hij brand in de woning door een aansteker bij een spuitbus te houden. Hij dacht dat in die woning de mensen woonden die zijn ernstig zieke ex-partner lastig vielen en bedreigden. Hij wilde dat die overlast zou stoppen.
Geen gevaar voor personen
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. spreekt de man voor een deel vrij. Het is niet gebleken dat door de brand gevaar is geweest voor personen in de woning zelf of in de daarnaast gelegen woningen. De enige bewoner die thuis was, is door het lawaai op straat gaan kijken wat er aan de hand was en heeft daardoor geen gevaar gelopen.
De man is volgens de psycholoog in verminderde mate toerekeningsvatbaar voor zijn daden. De rechtbank gaat mee met het advies van de psycholoog. De rechtbank veroordeelt de man tot een lagere straf dan de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. heeft geëist.
Schadevergoeding
De man moet aan 1 van de bewoners een schadevergoeding van bijna 1.400 euro betalen voor brand- en waterschade. De schadevergoeding van nog te maken renovatiekosten door de eigenaar van de door de brand getroffen woning, verklaart de rechtbank niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen.. Volgens de rechtbank is zonder verder onderzoek niet vast te stellen hoe groot de omvang van de schade is. De eigenaar kan wel een zaak beginnen bij de civiele rechter om de schade te verhalen op de man.