Arnhemmer veroordeeld voor onder meer oplichting en valsheid in geschrift

De man vroeg in december 2013 bij familie van zijn toenmalige partner te investeren in een keukeninventaris. De familie maakte vervolgens 30 duizend euro over, de helft van het aankoopbedrag. Een maand later zou de man dat bedrag en een deel van de winst terugbetalen. Dat gebeurde niet, waarna de man diverse e-mails van een bank naar de familie stuurde. Daaruit moest blijken dat het geld wel naar de familie was overgemaakt. De e-mails waren niet van de bank afkomstig, maar door de man zelf gemaakt. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt oplichting en valsheid in geschrift bewezen.
Diefstal geldbedragen
De rechtbank acht de man ook schuldig aan diefstal van geldbedragen. De man hielp - tussen 2014 tot begin 2017 - de moeder van zijn toenmalige partner met onder meer boodschappen doen. Zonder toestemming van die moeder pinde hij geld van haar rekening, boekte hij bedragen over en deed hij pinbetalingen. Dat deed hij ook bij de bankrekening van de geestelijk gehandicapte zus van zijn partner. Op die manier stal de man bijna 60 duizend euro van de rekeningen van de moeder en zus van zijn partner.
Valse overeenkomsten
De man verrichtte vanaf oktober 2020 werkzaamheden als vertegenwoordiger voor het bedrijf van een bekende van hem. Daarvoor ontving hij een vergoeding. In april 2021 leverde de man diverse verkoopovereenkomsten bij de eigenaar van het bedrijf in waaruit zou blijken dat hij diverse producten van het bedrijf had verkocht. Bij controle van die overeenkomsten bleek de man niet bij die bedrijven bekend te zijn en bleken die bedrijven ook geen overeenkomst te hebben afgesloten. De man bekende dat hij de overeenkomsten zelf had ondertekend.
Celstraf en schadevergoeding
De rechtbank legt de man voor al deze feiten een celstraf op van 10 maanden. Verder moet de man de familie het door hen in de keuken geïnvesteerde bedrag terug betalen. Ook de zus van zijn toenmalige partner moet hij een schadevergoeding betalen.
De overige vorderingen van de benadeelde partijen heeft de rechtbank niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard, omdat er fouten in de procedure zijn gemaakt of omdat de vordering een onevenredige belasting van de strafzaak vormen. Die vorderingen kunnen nog bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Voorwaardelijke straf alsnog tenuitvoergelegd
De rechtbank wijst ook de vordering van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. toe, waarin wordt gevraagd om de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken.