Arnhem|

Bewoners mogen op bungalowpark in Groesbeek blijven

De voorzieningenrechter wijst de vordering van de beheerder van bungalowpark De Cantecleer in Groesbeek af, om drie bewoners voor de duur van één jaar de toegang tot het park te verbieden. De rechter oordeelt dat de beheerder onvoldoende belang heeft bij een dergelijk verbod. Bovendien geldt dat als de beheerder wel voldoende belang zou hebben gehad, hij volgens de rechter onvoldoende heeft onderbouwd dat de betrokken bewoners zich schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatig of strafbaar handelen.



Bungalowpark De Cantecleer was eerst eigendom van één onderneming, maar is in de loop der jaren verkaveld. De afzonderlijke percelen met daarop recreatiewoningen zijn nu eigendom van ongeveer 85 particuliere eigenaren. De beheerder woont op het park en is eigenaar van de infrastructuur, zoals de wegen en de slagboom. Hij onderhoudt deze voorzieningen tegen betaling van parklasten door de eigenaren.

Sinds eind 2022 verblijven de bewoners in deze zaak op één van de percelen. In 2025 verschenen in de media berichten over het vermeende bestaan van een sekte op De Cantecleer. Eén van de bewoners zou de vermeend leider/’goeroe’ daarvan zijn. Volgens de beheerder zijn in datzelfde jaar door verschillende personen aangiftes gedaan tegen (onder meer) deze goeroe voor onder andere oplichting, mensenhandel en fraude. De beheerder stelt dat de aanwezigheid van de goeroe en zijn volgers leidt tot ernstige onrust en onveiligheid op het park en eist in dit kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). daarom een gebiedsverbod.

De Cantecleer is juridisch gezien geen zelfstandige entiteit

De voorzieningenrechter oordeelt dat de beheerder - die zegt namens De Cantecleer de vordering in te stellen - onvoldoende belang heeft bij toewijzing van de vordering. Dit omdat De Cantecleer geen juridische eenheid is en hijzelf alleen eigenaar is van de infrastructuur.

Als de beheerder wel voldoende belang had gehad zou de vordering ook zijn afgewezen. Een gebiedsverbod is een zeer ingrijpende maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer., die alleen kan worden opgelegd bij ernstig onrechtmatig handelen en een concreet risico op herhaling daarvan. De beheerder moet voldoende aannemelijk maken dat dit het geval is. Onvoldoende is komen vast te staan dat gedaagden strafrechtelijk verwijtbaar of onrechtmatig hebben gehandeld. De rechtbank concludeert daarom dat het gevorderde gebiedsverbod niet kan worden toegewezen.