Bromfietser veroordeeld voor veroorzaken verkeersongeval Ede

Op 19 augustus 2016 vond ter hoogte van de T-kruising van de Noord Parallelweg met de Hoorn in Ede een aanrijding plaats tussen een bromfietser en een fietser. Op de fiets zat een 14-jarig meisje. Het meisje liep daarbij een sleutelbeenbreuk en hersenletsel op.
Aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam gereden
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat de man onder invloed van alcohol reed. Daarnaast verleende hij geen voorrang aan de fietser die van rechts kwam. De man zei het meisje niet te hebben gezien. Volgens de rechtbank heeft de man niet goed opgelet of is niet blijven opletten op het overige verkeer. De man heeft volgens de rechtbank ook harder gereden dan ter plaatse verantwoord was. De rechtbank verwijt de man daarom dat hij aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam reed.
Zwaar lichamelijk letsel
De rechtbank stelt vast dat de klachten, ontstaan door het hersenletsel als gevolg van het ongeval, nog steeds aanwezig zijn. Dit letsel heeft een grote negatieve invloed op het leven van het meisje. Er is sprake van langdurige gevolgen en er kan niet meer gesproken worden over een tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden van het meisje. De rechtbank vindt dan ook dat het letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden gezien.
Bijzondere voorwaarden en schadevergoeding
De rechtbank legt naast de werkstrafOnbetaalde arbeid die de strafrechter oplegt in plaats van een gevangenisstraf. Het werk wordt meestal verricht in ziekenhuizen, bejaardencentra, kinderboerderijen, sportclubs, gemeenten en dergelijke. een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op. Voor deze voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. geldt een proeftijd van 3 jaar en dient als stok achter de deur voor de man om nooit meer onder invloed van alcohol een motorrijtuig te gaan besturen. Aan de voorwaardelijke straf verbindt de rechtbank de voorwaarden dat de man verplicht contact heeft met de reclassering en dat hij een behandeling moet ondergaan voor zijn alcoholprobleem. Als bijkomende straf legt de rechtbank een rijontzegging van 2 jaar op.
Tot slot moet de man aan het meisje een vergoeding van bijna 400 euro betalen voor de gemaakte proceskostenKosten die gemaakt worden om de procedure te kunnen voeren, zoals bijvoorbeeld de kosten van juridische bijstand en reis- en verblijfskosten..
Het volledige vonnisEen uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. wordt binnenkort gepubliceerd.