Celstraf ex-horecaondernemer voor miljoenenoplichting
Broer (54) vrijgesproken van oplichting, wel onjuiste aangifte inkomstenbelasting gedaan
Miljoenenoplichting bewezen
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt wettig en overtuigend bewezen dat de 46-jarige ex-horecaondernemer de ABN Amro bank over een periode van 3 jaar voor ruim 11 miljoen euro heeft opgelicht. Volgens de rechtbank is het ook bewezen dat hij een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2007 heeft gedaan. Er zijn daarnaast 4 feiten bewezen verklaard die onder de noemer faillissementsfraude vallen.
Voorschot

De man had met de ABN Amro bank een incassocontract afgesloten. Dat hield in dat de bank voor de man automatisch geldbedragen zou incasseren bij franchisenemers. De rekeningen werden echter niet gebruikt door de franchisenemers. Het waren niet-actieve rekeningen van bedrijven die aan de man waren te linken. Wanneer op de rekeningen onvoldoende geld stond om te kunnen incasseren, werd dit volgens vast gebruik in eerste instantie door de bank voorgeschoten. Dit voorschot werd telkens door de man opgenomen. Op het moment dat de bank de voorschotten terugboekte, had de man al een nieuwe en hogere incasso-opdracht uitgedaan met daaraan een nieuw – hoger - voorschot gekoppeld. Zo kwamen de betreffende bankrekeningen nooit in het rood te staan en viel niet op dat tussentijds geld werd opgenomen door de man. Het ging in totaal om ten minste 74.000 incasso's over 16 bankrekeningen. Er bleek een bedrag van 11 miljoen euro te zijn verdwenen.
Onvoldoende bewijs
De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. is dat zijn 54-jarige broer medepleger of medeplichtige is van de oplichting. Er kan niet worden vastgesteld dat hij wist van het afromen van bedragen bij incasso‑opdrachten aan ABN Amro. Daarvoor ontbreekt volgens de rechtbank het bewijs. De rechtbank spreekt hem daarvan vrij. Wel is bewezen dat ook hij een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2007 heeft gedaan.
Vordering ABN Amro niet-ontvankelijk
De vordering van ABN Amro is niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard. De vordering kan nog wel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Lees de volledige uitspraken via onderstaande ECLI-nummers.