Zutphen|

Celstraf voor poging zware mishandeling in bedrijfspand Winterswijk

De rechtbank veroordeelt een 38-jarige Roemeense werkgever voor een poging tot zware mishandeling in vereniging. Hij krijgt een gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd. Illustratieve afbeelding

Op 29 april 2021 was het slachtoffer aan het werk in een bedrijfspand in Winterswijk. Daar kreeg hij ruzie met zijn werkgever en een collega. Deze ruzie leidde ertoe dat het slachtoffer het pand wilde verlaten. De 38-jarige man en de collega hielden het slachtoffer echter tegen. Vervolgens stompten en schopten zij het slachtoffer. Ook sneden ze hem met een stanleymes in zijn hand.



Geen noodweer

De 38-jarige man verklaarde dat hij door het slachtoffer was aangevallen met een stanleymes en dat hij daarna zichzelf had verdedigd. De man deed daarom een beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.. Maar de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat er in deze zaak alleen bewijs is dat hij  – samen met een collega – het slachtoffer had aangevallen. Het beroep op noodweer werd daarom verworpen. 

Strafoplegging

De rechtbank houdt bij de strafbepaling rekening met het feit dat de 38-jarige man ernstig geweld gebruikte tegen zijn werknemer. Hij was de persoon die het slachtoffer tegen het hoofd schopte en in de hand stak. Volgens de rechtbank is daarom alleen een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De collega die bij de ruzie betrokken was moet op een later moment voor de rechter verschijnen.