Arnhem|

Concessieovereenkomst aanbestedingsprocedure terecht ontbonden

De kortgedingrechter oordeelt dat de gemeente Arnhem de concessieovereenkomst die zij aanging op grond van een aanbestedingsprocedure met reclamebedrijf Robin Best – bevoegdelijk en gerechtvaardigd heeft ontbonden. Volgens de rechter voldoet het reclamebedrijf niet aan de op haar rustende verplichtingen uit de concessieovereenkomst.

De gemeente Arnhem organiseerde vorig jaar een aanbestedingsprocedure voor het exploiteren van A0-reclamedisplays aan licht- en trolleymasten in Arnhem. Meerdere partijen schreven zich hiervoor in. De gemeente gunde de opdracht in december 2025 aan Robin Best, maar in januari 2026 ontbond de gemeente de gesloten concessieovereenkomst. Volgens de Gemeente voldeed het reclamebedrijf niet aan de op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst, waardoor zij – mede gelet op de toepasselijke aanbestedingsrechtelijke beginselen – genoodzaakt was om de overeenkomst te ontbinden. Vervolgens ging de gemeente verder met de partij die als tweede was geëindigd in de procedure op grond van de met die partij gesloten wachtkamerovereenkomst.

Vordering reclamebedrijf

Het reclamebedrijf spande het kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). aan, omdat ze de werkzaamheden volgens de concessieovereenkomst wil voortzetten en wil voorkomen dat de gemeente met de andere partij een overeenkomst sluit. Zij stelt zich op het standpunt dat zij alles in het werk heeft gesteld om de concessie uit te voeren binnen bekwame tijd, maar dat zij op meerdere punten is gefrustreerd in haar inzet.

Niet voldaan aan verplichtingen

In het kort geding is komen vast te staan dat het reclamebedrijf niet voldeed aan de op haar rustende verplichtingen uit de concessieovereenkomst. Het bedrijf hield zich niet aan haar eigen inschrijving waarin zij had opgenomen dat zij binnen een week de displays kon plaatsen aan de licht- en trolleymasten. Zij verbond aan die toezegging geen voorwaarden. Het bedrijf kan dan nu niet aan de gemeente tegenwerpen dat zij meer tijd nodig had om de displays te plaatsen. Dat de gemeente een onvolledige locatielijst gaf of dat de trolleymasten dikker waren dan in de aanbesteding was aangegeven verandert daar niets aan. De gemeente kan geen gelegenheid geven tot herstel, omdat andere (potentiële) inschrijvers op de aanbesteding dan worden benadeeld. Dit betekent dat de gemeente de concessieovereenkomst met het reclamebedrijf mocht ontbinden en de overeenkomst mag laten uitvoeren door de partij die als tweede in de procedure was geëindigd.