Doetinchemmers krijgen celstraf voor afpersing en oplichting
Ander trio uit Doetinchem veroordeeld voor uitgaansgeweld

De 20-jarige man ging bij 2 van de bewezen afpersingen en bewezen oplichtingen volgens een vast plan en werkwijze te werk. Zo moest het slachtoffer op zijn eigen naam telefoonabonnementen afsluiten, inclusief een nieuw en duur mobieltje. Het slachtoffer kreeg steeds concrete instructies hoe en voor welk toestel de abonnementen moesten worden afgesloten. De man nam – samen met zijn medeverdachten – elk slachtoffer mee in de auto naar telefoonwinkels. Vervolgen praatten zij met leugens op het slachtoffer in. Zo zouden de slachtoffers geld kunnen verdienen of zouden de mannen regelen dat de BKR-registratie van de slachtoffers zou komen te vervallen. Soms gebruikte de man daarbij geweld of dreigde daarmee. De telefoons moesten steeds onmiddellijk aan de 20-jarige man en zijn medeverdachte worden afgegeven. Vervolgens verkochten de mannen de mobieltjes door en hielden de winst voor zichzelf. De man heeft dit uitgekiende en strafbare verdienmodel in korte tijd vaker toegepast.
Kwetsbare slachtoffers
Wat bij deze zaken opvalt, is dat mannen kwetsbare leeftijdsgenoten als slachtoffer hebben uitgekozen. Door die kwetsbaarheid zijn die slachtoffers extra vatbaar voor deze malafide praktijken. Dit bezorgde de slachtoffers uiteindelijk gevoelens van angst en verdriet. Ook leidde deze praktijken tot forse geldschulden. Dat rekent de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. de mannen zwaar aan.
Valse voorwendselen
De 20-jarige man maakte zich – samen met een andere 20–jarige man uit Doetinchem - verder schuldig aan afpersing door een slachtoffer onder valse voorwendselen naar een afgelegen parkeerplaats te lokken. Vervolgens dwongen zij het slachtoffer op brutale wijze en met geweld een groot geldbedrag af te geven. De man ontkende bij de politie en tijdens de zitting deze strafbare feiten te hebben gepleegd. Hiermee neemt hij geen verantwoordelijkheid voor zijn daden. Ook dit rekent de rechtbank hem zwaar aan.
Strafoplegging
De straf die rechtbank aan de 20-jarige man oplegt is gelijk aan de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is., terwijl de rechtbank hem voor 2 feiten vrijspreekt. Dit komt omdat de rechtbank de feiten waaraan hij zich wel schuldig maakte zwaarder weegt. Dit geldt ook voor de 18-jarige man, waardoor zijn straf hoger uitvalt dan de eis van de officier. De andere 20-jarige die betrokken was bij de overval op de parkeerplaats krijgt een gevangenisstraf van 7 maanden. Ook deze straf valt hoger uit dan de eis.
Uitgaansgeweld
Bij dit strafonderzoek zijn nog 3 andere Doetinchemmers van respectievelijk 19, 20 en 22 jaar betrokken. Zij worden veroordeeld voor uitgaansgeweld in Doetinchem op straat. De 2 jongste mannen gebruikten geweld tegen 2 slachtoffers. Bij 1 slachtoffer bestond het geweld uit slaan. Het andere slachtoffer werd geschopt en geslagen, ook richting zijn hoofd, terwijl hij weerloos op de grond lag. De 22-jarige man wordt naast het toegepaste geweld op het 2e slachtoffer ook veroordeeld voor het medeplegen van een poging afpersing en cocaïnebezit. Het trio krijgt gevangenisstraffen van respectievelijk 7, 6 en 5 maanden opgelegd. Voor alle mannen geldt dat van deze straf 2 maanden voorwaardelijk is. Ook deze straffen vallen hoger uit dan de eis van de officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht..
Geen jeugdbende
De rechtbank heeft bij alle verdachten in dit strafonderzoek niet meegewogen dat sprake zou zijn geweest een jeugdbende. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft deelname aan een criminele organisatie ook niet tenlastegelegd. Overigens biedt het dossier geen aanleiding om de conclusie te trekken dat de afzonderlijke feiten plaatsvonden in de context van een groter, georganiseerd en aangestuurd geheel.
De volledige uitspraak publiceren wij zo spoedig mogelijk onder dit bericht.