Gebiedsverbod voorman Pegida geldt tot 10 april 2024
Verzoek aan de rechter

De Nederlandse Pegida-voorman meldde bij de burgemeester van Arnhem dat hij op 23 maart 2024 op het Jansplein in het centrum van Arnhem een demonstratie wilde houden. Tijdens deze demonstratie wil Pegida een Koran verbranden. De burgemeester heeft deze demonstratie verboden. Daarbij heeft de burgemeester de voorman een gebiedsverbod opgelegd voor de hele gemeente Arnhem. Dit gebiedsverbod ging direct na het besluit in. De voorman verzocht de voorzieningenrechter dit besluit te schorsen, om zo het gebiedsverbod ongedaan te maken. De burgemeester heeft wel gezegd dat hij het gebiedsverbod wil wijzigen naar 3 maanden, maar heeft dat nog niet gedaan.
Strikt noodzakelijk
Om een gebiedsverbod op te kunnen leggen moet sprake zijn van ernstige wanordelijkheden of de ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Verder moet de burgemeester voorafgaand aan het geven van een noodbevel beoordelen of minder verstrekkende middelen voorhanden zijn, dus of een minder zwaar middel ook voldoende is voor die situatie. Tenslotte mag het noodbevel niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is.
Concrete terreurdreiging
De voorzieningenrechter stelt vast dat een eerdere demonstratie van Pegida in januari van dit jaar in Arnhem behoorlijk uit de hand liep en dat verzoekerIndiener van een verzoekschrift. van plan was om ondanks het demonstratieverbod toch naar Arnhem te komen. Daarnaast gaat de voorzieningenrechter er vanuit dat er sprake was van concrete lokale terreurdreiging.
Verbod is ingrijpend
Onder deze omstandigheden vindt de voorzieningenrechter het standpunt van de burgemeester - dat ten tijde van het afgeven van het noodbevel sprake was van een ernstige vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden – redelijk. Maar niet voor 3 maanden. Verder is zij van oordeel dat de burgemeester mocht stellen dat er geen ander, minder verstrekkend, middel was om het ontstaan van ernstige wanordelijkheden te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft zich afgevraagd hoe lang dat gebiedsverbod dan wel mag duren. Dat is een lastige vraag. Zij kan namelijk ook niet in de toekomst kijken. Het is dus in zekere zin een willekeurige beslissing om vast te stellen hoe lang de ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden duurt. Het gebiedsverbod duurt voor de voorzieningenrechter te lang. Zij past daarom de duur van het gebiedsverbod aan tot 10 april 2024.
3 weken is wel redelijk
Deze datum is al snel, maar de voorzieningenrechter vindt ook dat het verbod ingrijpend is en dus zo kort mogelijk moet gelden. Daarom vindt zij in dit geval 3 weken redelijk. Daarbij houdt zij ook rekening met het feit dat de concrete terreurdreiging kan veranderen. Dit betekent dat het gebiedsverbod nu geldt voor 3 weken.
Geen toetsing demonstratieverbod
De Pegida-voorman heeft in deze zaak het verbod om op 23 maart 2024 te demonsteren niet ter discussie gesteld. De voorzieningenrechter beoordeelde daarom niet of die demonstratie door de burgemeester terecht is verboden of niet.