Arnhem|

Man uit Arnhem schuldig aan poging brandstichting

De rechtbank veroordeelt een 51-jarige man uit Arnhem voor poging tot brandstichting. Hij krijgt een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 224 dagen voorwaardelijk. De man zat het onvoorwaardelijke deel van zijn straf al uit. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden.


Illustratieve afbeelding

In september 2025 probeerde de man brand te stichten in Winkelcentrum Presikhaaf in Arnhem. Hij kocht bij een supermarkt twee flessen aanmaakgel, ging op een bankje zitten in het overdekte winkelcentrum en stak meerdere lucifers in de flessen aanmaakgel. Vervolgens probeerde hij deze lucifers aan te steken, maar daarin slaagde de man niet. Winkelend publiek en een beveiliger probeerde hem tot bedaren te brengen. De flessen zijn weggehaald en de man werd aangehouden.

Poging tot brandstichting met gevaar voor goederen

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de man probeerde opzettelijk brand te stichten en dat daarbij gevaar voor goederen ontstond. Hij zat tijdens het delict op een houten bankje met op de muur daarachter een achterwand van plastic. De rechtbank oordeelt verder dat er door het verwijderen van de doppen van de flessen bij de brandbare aanmaakgel zuurstof kon komen (en dus kon ontbranden). Ze verwerpt het verweer van de advocaat dat sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging.

De rechtbank spreekt de man vrij van gevaar voor levens of zware mishandeling omdat dit op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld.

Schreeuw om hulp

De man pleegde het delictStrafbaar feit. naar eigen zeggen vanuit een schreeuw om hulp. Een psycholoog onderzocht de psychische gesteldheid van de man en constateert dat de man lijdt aan meerdere stoornissen, waaronder PTSS. De stoornissen waren tijdens het plegen van het delict aanwezig en beïnvloedde zijn gedrag. De psycholoog adviseert om het delict in verminderde mate aan de man toe te rekenen. De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de psycholoog over. Het risico op herhaling wordt door de psycholoog en de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. hoog ingeschat. Om dit risico te beperken worden bijzondere voorwaarden geadviseerd bij een voorwaardelijk strafdeel, waaronder een opname in een Forensisch Psychiatrische Afdeling voor behandeling van zijn traumaproblematiek.

Hulpverlening noodzakelijk

De rechtbank vindt het belangrijk dat de man de hulpverlening krijgt die hij nodig heeft. De rechtbank legt daarom aan de man een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met bijzondere voorwaarden waar de man zich tijdens zijn proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 3 jaar aan moet houden. Onder die voorwaarden valt een opname in een Forensisch Psychiatrische Afdeling. In deze kliniek wordt de man sinds januari 2026 in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. al behandeld voor de bij hem geconstateerde stoornissen. De man hoeft niet meer terug de gevangenis in, nu het onvoorwaardelijke deel van de straf gelijk is aan het voorarrest.

De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste een hogere straf dan de rechtbank oplegt. Dit komt onder meer omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet bewezen vindt dat levensgevaar voor personen bestond.