Arnhem|

Man uit Brakel veroordeeld voor fataal ongeval met waterscooter

De rechtbank veroordeelt een 27-jarige man uit Brakel voor dood door schuld.  De man maakte zich schuldig aan een dodelijk ongeval op de Maas met een waterscooter. Hij krijgt een werkstraf van 240 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd. Daarnaast mag de man 3 jaar lang geen vaartuig besturen.Illustratieve afbeelding

Op 27 mei 2017 vond op de Maas bij Well een vreselijk ongeval plaats waarbij een 14-jarige jongen uit Helmond verdronk. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat de man uit Brakel binnen een afstand van 20 meter van de oever met zijn waterscooter minimaal 40 kilometer per uur voer. Onder deze omstandigheden was slechts een snelheid van 20 kilometer per uur toegestaan. Dit deed de man ondanks het feit dat het die dag enorm druk was op de Maas en wist dat er zwemmers in het water aanwezig konden zijn. Vlakbij 1 van de kribben kwam hij in aanvaring met de jongen, die in de rivier aan het zwemmen was. Als gevolg van deze aanvaring is de jongen onder water verdwenen en uiteindelijk verdronken.

Zeer onvoorzichtig gevaren

Volgens de rechtbank heeft de man uit Brakel in onvoldoende mate rekening gehouden met zwemmers die in het water aanwezig waren. De man had zich de risico’s van zijn gedrag voor anderen moeten realiseren, zeker omdat een aanvaring op het water gevaar voor verdrinking kan opleveren. De rechtbank oordeelt dat de man zeer onvoorzichtig heeft gevaren en het aan zijn schuld te wijten is dat de jongen is overleden.

Andere straf dan eis

De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Ondanks het feit dat de man schuldig is aan een dodelijk ongeval, vindt de rechtbank in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet op zijn plaats.  Dat de man schuldig is aan het ongeval, betekent niet dat hij het ongeval heeft willen veroorzaken. Hij heeft de dood van de jongen niet gewild. Het betekent wel dat hem dat ongeval kan worden verweten, omdat hij anders had kunnen en moeten handelen. Dit is een ernstig verwijt, omdat sprake is geweest van zeer onvoorzichtig handelen. Dit is niet de zwaarste vorm van schuld die de wet kent. Verder is geen sprake van strafverzwarende omstandigheden. Ook heeft de man uit Brakel na het ongeval samen met zijn vrienden meehelpen zoeken naar Levi en dus in zoverre wel betrokkenheid en verantwoordelijkheid getoond.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man. Zo heeft de man een baan. Verder zal hij moeten leven in het besef dat hij schuldig is aan een dodelijk ongeval. Uiteraard is dat ongeval het allerergste voor de nabestaanden van de jongen, maar ook voor de man zal dat besef zwaar zijn. Naar zijn zeggen heeft hij kort na het ongeval de hulp van een psycholoog gezocht, omdat hij zich toen al veroordeeld voelde door de (sociale) media.

Verder let de rechtbank op het feit dat de man nooit eerder schuldig is bevonden aan een misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank.. De rechtbank realiseert zich overigens heel goed dat een op te leggen straf in zaken als deze nooit het verlies en verdriet van de nabestaanden kan goedmaken.

Schadevergoeding

Tot slot moet de man schadevergoedingen aan de vader en moeder van het slachtoffer betalen van respectievelijk bijna 16.000 en 4.400 euro. De vordering van de zus van het slachtoffer wordt afgewezen.