Man uit Haaften veroordeeld voor brandstichting

Op 22 juli 2026 maakte de man zich schuldig aan brandstichting. Terwijl het slachtoffer lag te slapen, stichtte hij brand via de brievenbus van de woning van het slachtoffer. Door het afgaan van het brandalarm, werd het slachtoffer wakker en kon hij de hulpdiensten waarschuwen. Dat de brand geen grotere gevolgen heeft gehad, is dus niet aan de 57-jarige man te danken.
Betrouwbare verklaringen
De Raadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. van de man vond dat de verklaringen van het slachtoffer en een buurman onbetrouwbaar waren en daardoor niet bruikbaar voor het bewijs. De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen te twijfelen. Beide getuigen legden op verschillende momenten verklaringen af en verklaarden in grote lijnen consequent over de gebeurtenissen. De rechtbank vindt dat de verklaringen dus kunnen worden gebruikt voor het bewijs.
Ook schuldig aan andere delicten
De man veroorzaakte in de maanden voorafgaand aan de brandstichting vaker onrust in de buurt. Zo maakte hij zich schuldig aan belediging, het plegen van schennis en vernieling. Ook bedreigde de man een reclasseringsmedewerker via WhatsApp. De rechtbank spreekt de man vrij van het stelen van een drumstel. Ook zou hij dit drumstel hebben witgewassen. Daarvan spreekt ze hem ook vrij. De man gaf zowel bij de politie als bij de rechtbank een duidelijke verklaring over hoe het drumstel in zijn woning terecht was gekomen. Deze verklaring is niet verder onderzocht.
Verminderd toerekeningsvatbaar
De man werd door deskundigen onderzocht. Zij stelden meerdere stoornissen bij de man vast. Zij zagen in de man iemand die wel hulp wil accepteren, maar zich tegelijkertijd niet aan afspraken kan houden. Wanneer zaken anders lopen dan de man wil of verwacht leidt dit steevast tot grensoverschrijdend- en agressief gedrag. De rechtbank concludeert - net als de deskundigen - dat de feiten in verminderde mate aan de man moeten worden toegerekend.
Behandeling noodzakelijk
De rechtbank legt een straf op die gelijk is aan de Strafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de Een officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is.. De rechtbank ziet - anders dan de advocaat - geen andere mogelijkheid dan het opleggen van tbs met dwangverpleging. Alleen een gevangenisstraf is geen optie, kijkend naar de grote kans op herhaling en de vastgestelde stoornissen. Het is van groot belang dat de man behandeld wordt. Een behandeling in een voorwaardelijk kader is geen optie vanwege gebrek aan inzicht en motivatie bij de man. Hij zei meerdere keren dat hij zich niet aan alle voorwaarden wil houden. Dit betekent dat de maatregel van tbs met dwangverpleging nodig is. De rechtbank oordeelt dat naast deze maatregel het opleggen van een onvoorwaardelijke celstraf passend is.