Arnhem|

Man uit Nieuw-Vennep schuldig aan oplichten ouders

De rechtbank veroordeelt een 44-jarige man uit Nieuw-Vennep voor oplichten van 21 slachtoffers. Hij bewoog slachtoffers met misleidende informatie ertoe tegen betaling lichaamsmateriaal van hun pasgeborenen en een jonge kind aan hem af te geven. De man beschikte niet over de juiste erkenning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en mocht deze dienst dus niet aanbieden. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op van 6 maanden. Daarbij moet de man de maximale taakstraf van 240 uur uitvoeren.

 

De man richtte in 2013 een stichting op met de naam Navelstreng Bloedbank. Bij deze stichting - en een later opgerichte eenmanszaak - sloeg hij navelstrengbloed, navelstrengweefsel en melktanden van kinderen van zijn slachtoffers op. De slachtoffers bezochten voorafgaand aan het aangaan van een overeenkomst zijn websites en hadden schriftelijk of telefonisch contact met hem. Op die websites - en in de schriftelijke en mondelinge communicatie die volgde - werd volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. ten onrechte de indruk gewekt dat navelstrengbloed -weefsel of melktanden konden worden opgeslagen voor gebruik bij een eventuele toekomstige behandeling van een ernstige ziekte van een kind of een ander familielid.

Geen erkenning

In de wet staat dat een erkenning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nodig is voor onder meer de opslag van dergelijk lichaamsmateriaal, als dat bestemd is voor toepassing op de mens. De man deed in 2013 en 2014 erkenningsaanvragen. De inspectie constateerde dat de man niet aan de wettelijke vereisten voldeed. Daarna sloeg de man toch zonder erkenning lichaamsmateriaal van pasgeborenen en kinderen op.

Onjuist beeld gecreëerd

De man deed zich richting zijn klanten voor als een erkende instelling waar stamcellen konden worden opgeslagen met het oog op latere klinische inzetbaarheid bij ziektes. Daarnaast creëerde hij een onjuist beeld van een legitieme, gecertificeerde, deskundige en naar medische maatstaven voor opslag en diagnostiek van lichaamsmateriaal toegeruste instelling.

Hij had professioneel ogende websites, waarop hij onder meer logo’s gebruikte van onder meer de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek en de Stichting Transfusie Reacties in Patiënten. In algemene voorwaarden verwees hij naar internationale regelgeving waaraan hij zich zou committeren in het kader van de ontvangst, bewerking, transport en het onderhoud van de stamcellen. Op de opslagformulieren stond dat stamcellen werden geteld en werden getest op ziekteverwekkers en waren logo’s van NETCORD en FACT aangebracht. De man sloot daarmee precies aan op de wens van zijn slachtoffers om stamcellen van hun kinderen veilig te stellen om een toekomstige behandeling mogelijk te maken.

Medische hoop

Uit de aangiftes, slachtofferverklaringen en ingediende vorderingen tot schadevergoeding blijkt dat medische hoop en gewekte verwachtingen in veel gevallen doorslaggevende factoren zijn geweest in de beslissing van de slachtoffers om navelstrengbloed, een deel van de navelstreng, of melktanden van hun kinderen tegen betaling ter opslag aan de man toe te vertrouwen. In veel gevallen vormden ervaringen met (erfelijke) ernstige ziektes binnen het gezin en/of de familie de drijfveer voor deze ouders om tot opslag over te gaan.

Gebruik van de stamcellen die zich in dat lichaamsmateriaal bevonden voor een toekomstige medische behandeling was echter onmogelijk, omdat het lichaamsmateriaal was opgeslagen zonder de vereiste erkenning. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. besloot uiteindelijk dat het lichaamsmateriaal dat zich in twee stikstofvaten bevond, moest worden vernietigd.

Niet naar gevangenis

De rechtbank vindt de oplichting zeer ernstig vanwege het aanzienlijke aantal slachtoffers, de gevolgen voor de slachtoffers en de lange pleegperiode. Toch legt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. Dit vanwege de lange tijd die sinds de oplichting verstreken is (bijna zesenhalf jaar) en omdat de man zijn leven nu op orde heeft. Een gevangenisstraf zou ingrijpende gevolgen voor hem en zijn gezin hebben. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en de maximale taakstrafWerkstraf van 240 uur op aan de man.

Geen beroepsverbod

De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste een beroepsverbod voor de man als ondernemer in de zorg. De rechtbank legt geen beroepsverbod op, omdat de man niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en niet is gebleken dat de man na het bewezenverklaarde feit nog als ondernemer in de zorg heeft gewerkt of ambities heeft in die richting.

Schadevergoeding

Tot slot moet de man moet aan twintig slachtoffers een schadevergoeding betalen, namelijk het geld dat zij aan hem hebben betaald voor het opslaan van het weefsel. In totaal moet de man 25.098 euro betalen aan de slachtoffers.