Arnhem|

ProRail en Railinfratrust mogen voorlopige maatregelen treffen voor sluiten spoorwegovergang Lunteren

Voor definitieve afsluiting moeten ProRail en Railinfratrust bodemprocedure starten

De kortgedingrechter beslist dat ProRail en Railinfratrust geen definitieve maatregelen mogen nemen voor het afsluiten van een onbewaakte spoorwegovergang in Lunteren. Om definitieve maatregelen te mogen nemen, moeten zij een bodemprocedure starten. Wel mogen ProRail en Railinfratrust voorlopige maatregelen nemen om te voorkomen dat er nog weggebruikers oversteken bij de onbewaakte spoorwegovergang. Illustratieve afbeelding

De eisende partij in dit kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). heeft een recht van overweg dat al sinds 1900 op de onbewaakte spoorwegovergang rust. Op grond van dat recht kan hij gebruik maken van de onbewaakte spoorwegovergang die is gelegen op een stuk grond waarvan ProRail en Railinfratrust eigenaar zijn. Ook personen die geen recht van overweg hebben – zoals schoolkinderen - maken gebruik van de onbewaakte spoorwegovergang.  In verband met de aanpak van de onveilige spoorwegovergangen, berichtte ProRail in oktober alle rechthebbenden van het recht van overweg van de spoorwegovergang in Lunteren. ProRail wil vanuit veiligheidsoverwegingen op zeer korte termijn tot afsluiting van deze spoorwegovergang overgaan. Daarom moet het recht van overweg van de deze rechthebbenden worden opgeheven.  

EiserDegene die een civiele dagvaardingsprocedure of een bestuursrechtelijke procedure begint. is het daar niet mee eens. Daarom vordert hij dat de kortgedingrechter ProRail en Railinfratrust zal verbieden om over te gaan tot afsluiting van de spoorwegovergang, zodat hij ongehinderd gebruik kan blijven maken van de spoorwegovergang.

Algemene veiligheid boven eigen belang

De kortgedingrechter oordeelt dat het belang van ProRail en Railinfratrust bij het waarborgen van de algemene veiligheid zwaarder weegt dan het belang van deze ene eisende partij om gebruik te kunnen blijven maken van zijn recht van overweg. Hierdoor kan eiser in redelijkheid niet blijven vasthouden aan zijn recht van overweg. De belangen van ProRail en Railinfratrust zijn volgens de kortgedingrechter van het nodige gewicht omdat met spoorwegongelukken vaak mensenlevens zijn gemoeid. Daarnaast hebben spoorwegongelukken ook grote gevolgen voor treinpersoneel, reizigers, hulpdiensten en het treinverkeer. Bovendien kan eiser iets verderop gebruik maken van een beveiligde spoorwegovergang zonder dat dat voor hem een grote omweg betekent.

Van ProRail en Railinfratrust kan niet worden verlangd dat zij alleen voor eiser de even verderop gelegen overweg van een beveiliging gaan voorzien, waarvan de kosten tussen de 800 duizend euro en 900 duizend euro zijn.

Bodemprocedure starten

ProRail en Railinfratrust mogen dan ook voorlopige maatregelen nemen om te voorkomen dat er nog weggebruikers oversteken bij de onbewaakte spoorwegovergang. Voordat ProRail en Railinfratrust definitieve maatregelen mogen nemen, zullen zij eerst een bodemprocedureTerm die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). moeten starten waarin zij vorderen de erfdienstbaarheid van overweg op te heffen. Daarover zal dan eerst een beslissing moeten komen. De kortgedingrechter verbiedt ProRail en Railinfratrust daarom dan ook om verdergaande (definitieve) maatregelen te nemen ter afsluiting van de onbewaakte spoorwegovergang.