Psycholoog veroordeeld voor ontucht met stiefzoons

De ontuchtige handelingen vonden eenmalig plaats in november 2017. De man woonde tijdens het plegen van de feiten samen met de moeder en de 2 jongens. Met zijn handelen maakte hij inbreuk op de lichamelijke en persoonlijke integriteit van beide jongens. Seksueel misbruik kan – zoals de man als psycholoog als geen ander had kunnen weten – een gezonde seksuele ontwikkeling in de weg staan.
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. rekening met de ernst van het feit, de gevolgen van dergelijke feiten voor de slachtoffers maar ook met het feit dat het eenmalig heeft plaatsgevonden en dat de man nooit eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest. De man beseft dat hij grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond.
Geen beroepsverbod
De straf is gelijk aan de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de Officier van JustitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is., maar het geëiste beroepsverbod legt de rechtbank niet op. De man heeft een psychologische praktijk waarin hij alleen nog meerderjarigen behandelt. De rechtbank oordeelt dat een beroepsverbod vergaande consequenties kan hebben. Sluiting van de praktijk is een reëel scenario terwijl de man op dit moment geen minderjarigen behandelt. Het feit is niet beroepsmatig gepleegd en de reclassering schat de kans op herhaling als laag in. Daarom is een beroepsverbod een te zwaarwegend middel in een situatie waarin artikel 28 van het Wetboek van Strafrecht geen mogelijkheid van een beroepsverbod geeft.