Arnhem|

Rechtbank verklaart OM niet-ontvankelijk in zaak verdachte Arnhemse

De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk in de zaak van een 66-jarige vrouw uit Arnhem. Volgens de rechtbank weegt het belang van de maatschappij bij vervolging van deze verdachte minder zwaar dan het individuele belang van verdachte om niet vervolgd te worden.

De vrouw werd verdacht van medeplichtigheid bij de productie en verkoop van anabole steroïden, hierbij zouden ook twee van haar zoons betrokken zijn. Daarnaast werd ze ook verdacht van betrokkenheid bij witwassen. Deze misdrijven zouden zich tussen 2012 en maart 2015 hebben afgespeeld.

Verweer

De raadsmanAdvocaat. heeft een verweer gevoerd, waarbij hij de vraag aan de orde stelde of het OM ontvankelijk is in de vervolging. Om dit te beoordelen moet de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. onder meer nagaan of het OM een juiste belangenafweging heeft gemaakt. In eerste instantie heeft het OM een juiste belangenafweging gemaakt en mocht zij verdachte vervolgen. In 2018 heeft zich vervolgens een familiedrama afgespeeld. Bij de gebeurtenis in april heeft mevrouw haar man verloren, door toedoen van haar eigen zoon, en is zelf door haar eigen zoon ernstig verwond. De rechtbank neemt aan dat dit een zeer traumatiserende gebeurtenis is geweest, waarvan zij tot op de dag van vandaag ernstige psychische en fysieke gevolgen ondervindt. De voortzetting van de vervolging heeft volgens de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. desastreuze gevolgen voor mevrouw.

OM niet-ontvankelijk

De rechtbank weegt deze zeer uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden af tegen de verwijten die mevrouw worden gemaakt. De rechtbank constateert daarbij dat deze verwijten beduidend minder ernstig zijn dan de verwijten die haar beide zoons worden gemaakt, die zich bij de rechtbank ook hebben moeten verantwoorden voor deze feiten. Ook weegt de rechtbank het jarenlange tijdsverloop mee. De rechtbank concludeert dat het OM niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. moet worden verklaard in de vervolging.