Arnhem|

Rechtbank weigert gemachtigde vanwege beledigende en agressieve teksten in processtukken

De rechtbank weigert een man als gemachtigde in 2 bestuursrechtzaken vanwege zijn beledigende, smadelijke en bedreigende taalgebruik. Door het taalgebruik is de normale gang van de beroepsprocedure ernstig verstoord. Een partij kan zich in een procedure bij de bestuursrechter laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Als tegen een persoon ernstige bezwaren bestaan, dan kan de bestuursrechter deze persoon als gemachtigde weigeren.

De gemachtigdeIemand die als vertegenwoordiger namens een partij optreedt in de procedure. voert vele procedures op het gebied van de Belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). De laatste tijd is zijn taalgebruik zodanig grensoverschrijdend, dat hij al eens in individuele zaken als gemachtigde is geweigerd door de rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In andere uitspraken van verschillende gerechten is hij gewaarschuwd voor deze mogelijkheid.

Gedragsverandering

In deze procesbeslissingen biedt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. de gemachtigde een duidelijke keuze aan. Of hij gaat een constructieve samenwerking aan met de rechtbank voor een efficiënte afwikkeling van de vele geschilprocedures en verandert daarvoor zijn gedrag. Of hij blijft doorgaan op dezelfde weg. In dat laatste geval zal de rechtbank maatregelen nemen om in alle zaken waarbij hij is betrokken de belangen van zijn cliënten én de belangen van de medewerkers van de rechtbank te beschermen tegen zijn beledigende en agressieve taalgebruik.

Procesbeslissing

Tegen deze procesbeslissingen kan pas hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. worden ingesteld als er een einduitspraak is. De eisers in de 2 zaken waarbij de man gemachtigde is krijgen de gelegenheid om binnen 4 weken aan te geven of zij de procedure willen voortzetten met bijstand van een andere gemachtigde.