Arnhem|

Rijkswaterstaat kan starten met werkzaamheden aan A30

Rijkswaterstaat kan op vrijdagavond 30 januari starten met de geplande renovatiewerkzaamheden aan rijksweg A30. Dat oordeelt de kortgedingrechter. Drie ondernemers vorderden een rechterlijk verbod voor de start van de werkzaamheden. Ze vinden dat Rijkswaterstaat onrechtmatig handelt door de A30 af te sluiten. De kortgedingrechter gaat hier niet in mee en wijst de vorderingen van de ondernemers af.

Illustratieve afbeelding Wegwerkzaamheden

Rijkswaterstaat is van plan om op 30 januari 2026 te starten met grootschalige rennovatiewerkzaamheden aan rijksweg A30. Het onderhoud aan de rijksweg is nodig, omdat de maximale levensduur is bereikt en de wek niet meer voldoet aan de veiligheidsstandaarden. Om deze werkzaamheden mogelijk te maken worden rijrichtingen van deze weg voor langere tijd afgesloten voor het wegverkeer. De werkzaamheden zorgen daardoor voor (verkeers)hinder, onder meer voor ondernemers en omwonenden die veelvuldig gebruik maken van deze belangrijke verbindingsweg tussen rijkswegen A1 en A12. Drie ondernemers die ook hinder van de wegafsluiting ondervinden stapten naar de kortgedingrechter om de wegafsluiting te voorkomen.

Standpunt ondernemers

De ondernemers voeren twee argumenten aan om een rechterlijk verbod af te dwingen. Zo stellen zij dat ten onrechte geen verkeersbesluiten zijn genomen. Daarnaast zou Rijkswaterstaat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur hebben geschonden, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook zorgt het niet gebruiken van een alternatief plan voor onnodige schade en overlast.     

Oordeel rechter

De kortgedingrechter is het met de ondernemers eens dat voor één specifieke verkeersmaatregel – de afsluiting van oprit Scherpenzeel – een verkeersbesluit verplicht is. Volgens de kortgedingrechter zal Rijkswaterstaat niet onrechtmatig handelen bij het ontbreken van dit verkeersbesluit. Niets staat namelijk in de weg om alsnog (en eventueel achteraf) een verkeersbesluit te nemen.

Verder oordeelt de kortgedingrechter dat Rijkswaterstaat geen algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. De conclusie is daarom dat Rijkswaterstaat niet onrechtmatig zal handelen door te starten met de voorgenomen werkzaamheden. Volgens de kortgedingrechter bestaat voor het gevorderde verbod van de ondernemers geen grond en dat zal ook niet worden gegeven.

Gevolgen uitspraak

De kortgedingrechter wijst de vorderingen van de ondernemers af. Daarom kan Rijkswaterstaat starten met de voorgenomen werkzaamheden.