Succesvol beroep op noodweerexces bij poging doodslag Arnhem
Poging tot doodslag

In februari 2017 nam de vrouw een mes ter hand om zichzelf en haar dochter te beschermen tegen een man die bij haar op bezoek was, maar niet weg wilde gaan. De man liep daarbij een steekwond in zijn onderbuik op. Omdat de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. bewezen vindt dat de vrouw die verwonding met het mes heeft veroorzaakt, is volgens de rechtbank sprake van een poging tot doodslag.
Zelfverdediging: noodweer en noodweerexces
De rechtbank vindt echter dat sprake was van een situatie waarin de vrouw zich mocht verdedigen. De man had de vrouw, haar vriendin en het 1,5 jaar oude dochtertje van de vrouw op de grond geduwd. Dat de vrouw vervolgens deze situatie te lijf ging met een mes vindt de rechtbank niet in verhouding staan tot wat de man deed. Een beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit. slaagde daarom niet, maar het beroep op noodweerexcesAls iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweerexces. De dader is dan niet strafbaar. (een overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging) slaagt wel. De rechtbank vindt het aannemelijk dat de keuze van de vrouw om een mes ter hand te nemen het gevolg was van een zogenaamde hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de man.
Vordering schadevergoeding niet beoordeeld
Het slachtoffer had een schadevergoeding gevraagd. Omdat de vrouw wordt ontslagen van alle rechtsvervolging verklaart de rechtbank de man in die vordering niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen.. Hij kan zijn vordering aanbrengen bij de civiele rechter.