Arnhem|

Twee verdachten brandstichting binnenstad Arnhem mogen strafzaak in vrijheid afwachten

Derde verdachte blijft vastzitten

Twee mannen die worden verdacht van betrokkenheid bij het ontstaan van een grote brand in de Arnhemse binnenstad komen voorlopig op vrije voeten. Dat heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vandaag beslist op een zogeheten regiezittingZitting in een rechtbank of gerechtshof ter voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak.. Het gaat om een 31-jarige man uit Arnhem en een 42-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats. De mannen blijven wel verdachte in deze zaak. De voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. van een 58-jarige Arnhemmer werd niet opgeheven of geschorst. Hij blijft vastzitten. 

Op donderdag 6 maart 2025 woedde er een grote brand in de binnenstad van Arnhem. Door de brand werd een compleet woningblok met daaronder winkels verwoest. Daardoor raakten meerdere bewoners hun huis kwijt en werden vele ondernemers getroffen. Bij de brand raakte niemand gewond.

Geen ernstige bezwaren

Tijdens de regiezitting op 21 oktober 2025 boog de rechtbank zich over de verzoeken van de verdachten om hun voorlopige hechtenisVorm van vrijheidsstraf, die bijvoorbeeld wordt opgelegd bij overtredingen of bij het niet betalen van een boete. op te heffen dan wel te schorsen.

Aan alle drie de verdachten wordt medeplegen van brandstichting ten laste gelegd. Bij dit verwijt gaat het erom dat ieder een eigen rol heeft en een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Alleen ergens bij zijn is niet genoeg voor medeplegen. De rechtbank beoordeelde per verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. wat zijn eventuele rol is geweest.

Uit het dossier blijkt dat de verdachten in de bewuste nacht met zijn drieën in de Varkensstraat hebben gelopen. Enige tijd daarvoor én tot het moment dat rookontwikkeling te zien is op de beelden, zijn geen andere mensen meer te zien in de Varkensstraat.

Door de 58-jarige Arnhemmer wordt in de Varkensstraat gesproken over "in de fik steken"; hij bekent dat zelf ook. Vervolgens staan de verdachten samen enige tijd stil bij plek waar rolcontainers met karton zouden hebben gestaan. Volgens de politie is de brand hier ontstaan.

Op de vorige zitting van 19 augustus 2025 liep er nog een onderzoek naar de vraag wat er door wie gezegd werd toen de verdachten samen in de Varkensstraat waren. Dat onderzoek is nu afgerond. Voor de twee jongste verdachten geldt dat er geen woorden aan hen kunnen worden toegeschreven die wijzen op een actieve bijdrage. Ook zijn er in het dossier geen aanwijzingen dat zij handelingen hebben verricht die aan het ontstaan van de brand hebben bijgedragen.

Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat voor deze twee verdachten niet langer ernstige bezwaren bestaan voor wat hen is tenlastegelegd. Dat betekent dat hun voorlopige hechtenis per vandaag is opgeheven. Zij blijven wel verdachte in de zaak.

Eén verdachte blijft vastzitten

Dat is anders voor de 58-jarige man. Hij blijft vastzitten. Voor hem bestaan wel ernstige bezwaren voor betrokkenheid bij de brandstichting. Ook zijn schorsingsverzoek werd afgewezen.

Het onderzoek van het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. is nu afgerond. De door de advocaten geformuleerde onderzoekswensen heeft de rechtbank vandaag afgewezen.

Vervolg strafzaak

Op de zitting van 13 januari 2026 zal de zaak tegen de 58-jarige verdachte worden voortgezet tijdens een pro-formazittingZitting waarop een zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Een pro-formazitting is nodig als een zaak binnen een bepaalde termijn op een zitting moet zijn geweest, maar het nog te vroeg is om deze inhoudelijk te behandelen.. De inhoudelijke behandeling van de zaak staat voor alle verdachten gepland op 31 maart en 1 april 2026.