Voetbalvereniging DVS'33 moet coronasteun terugbetalen aan minister

In 2020, 2021 en 2022 voerde het kabinet diverse maatregelen in om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Deze maatregelen zorgden voor grote organisatorische en financiële gevolgen in veel sectoren, waaronder ook de amateursport. Voor veel amateursportverenigingen bleek het niet altijd mogelijk te voldoen aan de voorwaarden van verschillende financiële regelingen die zijn getroffen om (zelfstandig) ondernemers te ondersteunen. Daarom is de TASO-regeling in het leven geroepen.
TASO-tegemoetkoming onterecht verstrekt
De minister kende de voetbalvereniging in november 2021 een tegemoetkoming toe voor de loonkosten van de contractspelers van het eerste elftal. De contractspelers stonden echter niet onder contract van de vereniging, maar bij een aan de voetbalvereniging gelieerde stichting. De contractspelers werden ook betaald via deze stichting. De minister vorderde de tegemoetkoming aan de vereniging terug, omdat de vereniging de tegemoetkoming kreeg voor loonkosten die niet door haar, maar door de stichting zijn gemaakt. Bovendien is de TASO volgens de minister helemaal niet bedoeld voor betaalde contractspelers. Daarom is de tegemoetkoming ten onrechte verstrekt en moet die worden terugbetaald.
Vereniging moet tegemoetkoming terugbetalen
Volgens de bestuursrechter mag de minister de tegemoetkoming van 21 duizend euro van de vereniging inderdaad terugvorderen, omdat de aangevraagde kosten niet door de vereniging maar door de stichting zijn gemaakt. De vereniging en de stichting kunnen hierin niet samen optrekken. Verder oordeelt de bestuursrechter dat ook geen recht zou bestaan op staatssteun als er vanuit wordt gegaan dat de vereniging en de stichting een eenheid vormen. In dat geval is namelijk nog steeds geen sprake van een amateursport zoals bedoeld in de TASO-regeling. De minister wilde niet dat betalen van contractspelers ondersteund werd. Dat is een keuze van de minister, die de bestuursrechter terughoudend moet toetsen. De bestuursrechter vindt in dit geval dat de minister die keuze mocht maken.