Voormalig opdrachtgeefster moet opgelegde beslagen makelaar opheffen

De voormalige opdrachtgeefster en haar ex-partner verkochten in 2012 hun woning, waarbij de makelaar als verkoopmakelaar optrad. Na levering van deze woning constateerden de kopers dat de woning gebrekkig is. Daarom spanden de kopers een rechtszaak aan tegen de verkopers. De kopers eisten onder meer schadevergoeding op grond van wanprestatie. De verkopers zijn bij vonnisEen uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. van 18 juli 2018 veroordeeld tot het betalen van een omvangrijke schadevergoeding aan de kopers. In de tussentijd lieten de kopers derdenbeslag leggen op alles wat de verkoopster van de makelaar te vorderen heeft. De makelaar, die voor de verkopers optrad, is bij een eerder vonnis van 20 april 2016 van deze rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. veroordeeld om uitsluitend de verkoopster (en dus niet haar ex-partner) te vrijwaren voor de claim van de kopers. Dit houdt in dat de makelaar verplicht is om de schadevergoeding, die de verkoopster aan de kopers moet betalen, voor zijn rekening te nemen.
Schikkingsvoorstel
Vanaf augustus 2018 gingen alle partijen met elkaar om tafel om tot een minnelijke regeling te komen. Vervolgens kwam de makelaar in februari 2019 met een voorstel dat was vastgelegd in een conceptvaststellingsovereenkomst. In dit concept stond onder andere dat de verkoopster niet in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. zou gaan tegen de uitspraak van 18 juli 2018. Zij zou de makelaar inlichten als zij dit alsnog zou doen. Dit deed zij niet, maar vervolgens bleek uit een mail dat de verkoopster toch in hoger beroep was gegaan. Omdat de makelaar hiervan niet op de hoogte was, deed hij een beroep op de vernietigbaarheid van de conceptvaststellingsovereenkomst op grond van dwaling en/of bedrog. Dwaling houdt in dat een overeenkomst is gesloten waarbij een of meerdere partijen een onjuiste voorstelling van zaken hadden, en de overeenkomst niet zou zijn gesloten als er een juiste voorstelling van zaken was geweest.
Beslaglegging
Vervolgens liet de verkoopster diverse beslagen leggen ten laste van de makelaar, onder meer onder zijn klanten. Ondanks het verzoek van de makelaar om de beslagen op te heffen, zag de verkoopster hiervan af. Dit was voor de makelaar de aanleiding om naar de kortgedingrechter te stappen.
Misbruik executiebevoegdheid
Volgens de makelaar was de verkoopster niet bevoegd om tot tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. over te gaan. Daarmee maakt ze misbruik van de executiebevoegdheid. De kortgedingrechter gaat hierin mee.
Tegeneis afgewezen
De kopers voegden zich in dit kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). aan de kant van de verkoopster. De kopers en verkoopster hadden als tegeneis dat de makelaar de conceptvaststellingsovereenkomst zou nakomen. De makelaar was pas na het schikkingsvoorstel op de hoogte van het ingestelde hoger beroep, terwijl hij ervan uitging dat er geen hoger beroep zou worden ingesteld. Volgens de kortgedingrechter is het aannemelijk dat de makelaar geen schikkingsvoorstel had gedaan als de verkoopster zou hebben gezegd dat ze in hoger beroep ging. Uit de conceptvaststellingsovereenkomst blijkt namelijk dat de makelaar met dit voorstel de bedoeling had de gehele kwestie definitief af te handelen. Mocht er een overeenkomst tot stand zijn gekomen, dan is het voorstelbaar dat partijen hebben gedwaald. Volgens de kortgedingrechter heeft de makelaar het conceptvaststellingsovereenkomst dan ook terecht vernietigd. De eis van de kopers en verkoopster wordt dan ook afgewezen.