Vrijspraak man uit Apeldoorn voor betrokkenheid bij dodelijke aanrijding

Op 10 augustus 2019 vond op de kruising van de Kayersdijk met de Haringvliet in Apeldoorn een ongeval plaats, waarbij een 26-jarige man uit Apeldoorn overleed. De aanleiding was een incident bij een tankstation in Apeldoorn. Daar vond een confrontatie plaats tussen de man en de groep. Het slachtoffer maakte ook onderdeel uit van de groep. Drie personen uit deze groep gingen in een auto achter de man aan, waar zij de 21-jarige man met een gemiddelde snelheid van 94 kilometer per uur ter hoogte van de kruising met de Haringvliet inhaalden. Het slachtoffer stapte uit en werd vervolgens door de auto van de man geraakt. Het slachtoffer overleed later aan zijn verwondingen.
Geen sprake van opzet
Hoewel kort na de aanrijding het beeld ontstond dat de man het slachtoffer moedwillig zou hebben overreden, is inmiddels het beeld door de verschillende simulaties van de camerabeelden en de toelichtingen van de deskundigen veranderd. Hieruit volgt namelijk dat de 21-jarige man op het moment dat het slachtoffer uitstapte de stuurbeweging naar links al had ingezet. De man stuurde zo ver mogelijk van het slachtoffer af. Het slachtoffer bleef snel in zijn richting lopen. Een halve seconde voor de aanrijding kwam het slachtoffer in de baan van de auto van de man. De man kon hier niet meer op reageren. Dit alles maakt dat uit het gedrag van de man geen opzet op de dood dan wel op het veroorzaken van (zwaar) lichamelijk letsel kan worden afgeleid.
Rijgedrag man niet verwijtbaar
Het slachtoffer liep in een zeer korte tijd van de veilige plek naast hun auto in de baan van de auto van de man. Onder de genoemde omstandigheden hoefde de man er geen rekening mee te houden dat het slachtoffer voor zijn auto zou lopen. Dit in combinatie met het normale rijgedrag van de man voor de aanrijding maakt volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. zijn rijgedrag niet verwijtbaar. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Ook van het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg, is volgens de rechtbank geen sprake geweest.
Benadeelden niet-ontvankelijk in de vorderingen
Omdat de rechtbank de man vrijspreekt van de gehele tenlasteleggingDeel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt., komt zij aan bespreking van de vorderingen van de nabestaanden niet meer toe en verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. in de vorderingen.