Arnhem|

Vrijspraak van poging doodslag in Arnhem

De rechtbank spreekt een 43-jarige man uit Arnhem vrij van een poging doodslag dan wel (poging) zware mishandeling. Volgens de rechtbank bevat het dossier onvoldoende bewijs dat de Arnhemmer de persoon is die het geweld heeft gepleegd. 

Na een uitgaansavond vond in Arnhem heeft op 16 oktober 2022 een geweldsincident plaats, waarbij een man op het Roermondsplein (bij de Blauwe Golven) tegen het hoofd werd getrapt. De dader(Mede)pleger van een strafbaar feit of degene die het feit heeft uitgelokt. vluchtte weg voordat de politie ter plaatse kwam. Twee zussen waren getuige van het geweld en legden verklaringen bij de politie af.  Zij verklaarden verschillend over de identiteit van de dader. Het slachtoffer weet niet wie de dader was. De man zelf beriep zich op zijn zwijgrecht.  

Onvoldoende bewijs

De verklaringen van het slachtoffer en de twee getuigen, ook in samenhang met de overige stukken in het dossier, leveren volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. onvoldoende bewijs dat de man degene is die het geweld heeft gepleegd. De rechtbank kan niet buiten gerede twijfel vaststellen dat verdachte de dader is. Daarom spreekt ze de man vrij van de verdenkingen tegen hem. 

Schadevergoedingsvordering niet-ontvankelijk

Omdat de rechtbank de man vrijspreekt van poging doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. dan wel (poging) zware mishandeling, verklaart ze de vordering van het slachtoffer voor smartengeld niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen..