Het hek dat door de buren is geplaatst voor een nooddeur - die uitkomt op hun perceel in Beesd - mag blijven staan. De nooddeur was aangebracht door de eigenaren van een gebouw waarin een gastouderbureau wordt geëxploiteerd, om een nooduitgang te hebben voor het geval dat bij calamiteiten van de hoofdingang geen gebruik kan worden gemaakt. Dat is volgens hen nodig om hen in staat te stellen om in de toekomst een kinderdagverblijf in dit gebouw te mogen exploiteren. Volgens de kortgedingrechter (hierna: voorzieningenrechter) handelden de eigenaren van het gastouderbureau door het plaatsen van de nooddeur echter in strijd met de wet en maakten de buren vervolgens geen misbruik van hun recht als eigenaar van hun perceel om de nooddeur te blokkeren met een hek. Dat het aanwezig hebben van de nooddeur nodig is en dat die op de huidige locatie geplaatst diende te worden, zoals de eigenaren van het gastouderbureau stellen, is volgens de voorzieningenrechter namelijk onvoldoende onderbouwd. De nooddeur moet constructief worden vastgezet, zodat deze niet meer kan worden geopend.