De rechtbank wijst de verzoeken tot opheffing danwel schorsing van de voorlopige hechtenis van een 22-jarige man uit Ede af. De man wordt verdacht van betrokkenheid bij een schietincident in zijn woonplaats. Volgens zijn advocaat leveren de door de rechtbank genomen maatregelen in verband met het coronavirus een schending op van het recht op een eerlijk proces, omdat de man en zijn advocaat niet naar de zitting mogen komen, er geen openbare behandeling is en er zo geen controle op de rechter kan plaatsvinden. Ook zou hierdoor het recht op berechting binnen redelijke termijn op de tocht staan. Verder zou de verdenking onvoldoende zwaar zijn om de man nog langer vast te houden en zou het onredelijk zijn om hem langer vast te houden terwijl het coronavirus rondgaat. De rechtbank gaat hier niet in mee en weegt het algemeen belang zwaarder dan het persoonlijk belang van de man bij invrijheidsstelling.