De rechtbank veroordeelt een - tegenwoordig in Duitsland wonende - 57-jarige man voor het helen van twee schilderijen die gestolen waren uit het een Italiaanse abdij. Hij had de schilderijen aangeboden via het Arnhemse veilinghuis op verzoek van een Italiaan die hij had leren kennen toen zij beiden vastzaten in een gevangenis in Italië. Hij krijgt hiervoor een voorwaardelijke taakstraf van 160 uur. De rechtbank spreekt de kopers van de schilderen en de vertegenwoordiger van het veilinghuis vrij van heling. Volgens de rechtbank blijkt niet dat de kopers konden vermoeden dat het om gestolen kunst ging of dat ze niet aan hun onderzoeksplicht hebben voldaan. Voor de vertegenwoordiger van het veilinghuis geldt dat niet is bewezen dat hij wist dat de schilderijen gestolen waren.