Maastricht|

12 jaar cel voor asielzoeker die hete olie over medewerkers azc gooide

De rechtbank Limburg veroordeelt de 43-jarige Tareq S. tot een gevangenisstraf van 12 jaar voor het gooien van hete olie over 2 medewerkers van het asielzoekerscentrum in Sweikhuizen. Het voorval vond plaats op 27 januari 2022. De verdachte was op dat moment als asielzoeker woonachtig in het azc. De medewerkers van het asielzoekerscentrum, 2 vrouwen van 32 en 55 jaren oud, liepen hierbij ernstige brandwonden op over hun hele lichaam.

Voorbedachte raad

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft bij de politie direct bekend dat hij de kokende olie over de 2 medewerkers van het azc heeft gegooid. Hij heeft dit gedaan, nadat hij die betreffende middag had gehoord dat hij zou worden overgeplaatst naar een ander azc. De verdachte was het hier niet mee eens en wilde voorkomen dat hij naar zijn land van herkomst zou worden gestuurd.  

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt bewezen dat de verdachte volgens een vooropgezet plan heeft gehandeld. De rechtbank gaat hierbij uit van de verklaring die de verdachte bij de politie en ter terechtzitting heeft afgelegd. Die verklaring houdt in dat de verdachte boos was en wraak wilde nemen op medewerkers van het azc. Daarom heeft hij olie  verwarmd in de keuken op de derde verdieping van het azc en vervolgens bewust het brandalarm in de keuken geactiveerd zodat medewerkers van het azc via de trap naar de keuken zouden komen. 

Bovenaan de trap richting de keuken, heeft de verdachte 2 pannen met olie over de 2 medewerkers van het azc gegooid. De rechtbank ziet hierin een vooropgezet plan om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan de medewerkers van het azc.

Hogere straf dan geëist

De straf die de rechtbank oplegt is hoger dan de straf die de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. had geëist. Zij eiste dat aan de verdachte een gevangenisstraf van 7 jaren zou worden opgelegd. De rechtbank vindt deze straf te laag. Het feit dat de verdachte heeft gepleegd is namelijk een zeer ernstig strafbaar feit. Daarnaast speelt ook een rol dat de verdachte het feit heeft gepleegd terwijl hij als asielzoeker in Nederland verbleef. 

Dit weegt de rechtbank strafverzwarend mee. Dat strafbare feiten worden gepleegd door asielzoekers zorgt er namelijk voor dat het draagvlak voor de opvang van asielzoekers in de samenleving afneemt. De gepleegde feiten zijn zo ernstig en verwerpelijk van aard, dat de rechtbank geen reden ziet om een andere straf aan de verdachte op te leggen dan de maximumstraf die staat op zware mishandeling met voorbedachte raad. Dat is een gevangenisstraf van 12 jaren.

Slachtoffers

De medewerkers van het azc hebben verzoeken tot schadevergoeding ingediend en zij hebben ter terechtzitting het spreekrecht uitgeoefend. Aan hen heeft de rechtbank onder andere een bedrag van 50.000,- euro aan immateriële schadevergoeding ('smartengeld') toegekend.