Uitspraak rechtbank over vergoedingsclaims bij Valkenburgs luxehotelproject

Maastricht|
In Valkenburg is een project voor de bouw van een luxehotel niet doorgegaan. Zowel de aannemer als de bouwbegeleider/directievoerder willen een vergoeding van (kort gezegd) de projectontwikkelaar voor de door hen verrichte werkzaamheden en hebben deze kwestie aan de civiele rechter voorgelegd. De rechtbank heeft hier onlangs uitspraak over gedaan.

Zittingszaal Maastricht

Hoe heeft de rechtbank geoordeeld voor wat betreft de aannemer? 

De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt dat er geen aannemingsovereenkomst of bouwteamovereenkomst is gesloten tussen de aannemer en de projectontwikkelaar. De projectontwikkelaar mocht de onderhandelingen over de aannemingsovereenkomst stoppen, daarom is er geen recht op vergoeding van de gemaakte kosten en misgelopen winst (het ‘positief contractsbelang’). Ook het verzoek om vergoeding van de gemaakte kosten (het ‘negatief contractsbelang’) wordt afgewezen, omdat de aannemer niet duidelijk heeft gemaakt of, en zo ja, in hoeverre de gevorderde kosten meer zijn dan de normale acquisitiekosten, die niet vergoed worden.
De aannemer stelde ook dat de projectontwikkelaar onrechtmatig handelde door hem (kort gezegd) aan het lijntje te houden, maar dat is niet voldoende aannemelijk gemaakt dus die claim wordt afgewezen.
Tot slot wees de aannemer op een toezegging om 50.000 euro te ontvangen. Dit verzoek wordt ook afgewezen, omdat er voorwaarden aan verbonden waren waaraan niet is voldaan.


Hoe heeft de rechtbank geoordeeld voor wat betreft de bouwbegeleider? 

Partijen verschillen van mening over de vraag of zij een overeenkomst hebben gesloten waarbij de Degene die een civiele dagvaardingsprocedure of een bestuursrechtelijke procedure begint. werkzaamheden voor de gedaagden heeft uitgevoerd. De rechtbank oordeelt dat vanaf 13 april 2022 tussen partijen een overeenkomst van opdracht bestond, waarop De Nieuwe Regeling 2011 niet van toepassing is. Het door de eiser gevorderde honorarium is echter onvoldoende duidelijk gemaakt en onderbouwd, waardoor de rechtbank de betaling van dat bedrag afwijst. Een uitzondering geldt voor een bedrag van 60.500 euro, dat door 1 van de gedaagden is toegezegd. Deze In civiel recht: degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht in de dagvaardingsprocedure. Tegenpartij van de eiser. moet dit bedrag betalen, inclusief wettelijke rente, Kosten die een persoon maakt om zijn vordering te kunnen innen zonder dat er een rechter aan te pas komt. en proceskosten. De vorderingen tegen de andere gedaagden worden afgewezen.