Roermond|

OM mag kosten hennepruiming niet verhalen op veroordeelden

Sinds 1 juli 2022 kan het Openbaar Ministerie de rechter vragen om de kosten van de ruiming van een hennepkwekerij te verhalen op veroordeelden. Vandaag heeft de rechtbank Limburg voor het eerst uitspraken gedaan over deze nieuwe wettelijke mogelijkheid. Zij heeft alle vorderingen afgewezen.

Aanleiding

Twee verdachten zijn veroordeeld voor het telen en bezitten van hennepstekken en hennepplanten. In beide strafzaken heeft de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. aan de rechtbank gevraagd om de mannen te veroordelen tot het betalen van de kosten van de ruiming van de hennepstekkerijen. Om deze kosten te onderbouwen, heeft de officier van justitie verwezen naar afspraken tussen het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en Domeinen Roerende zaken. Door deze overheidsinstanties zijn onderling afspraken gemaakt over aantallen ruimingen, werkprocessen, kosten en prijzen. De officier van justitie stelt dat uitgegaan moet worden van de gemiddelde kosten van een ruiming in Nederland in 2022, ongeacht de grootte van de hennepkwekerij of -stekkerij.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft de vordering van de officier van justitie in beide zaken afgewezen, omdat het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. de kosten anders heeft berekend dan de wetgever heeft bedoeld. In de eerste plaats heeft de officier van justitie niet inzichtelijk gemaakt wat de daadwerkelijke kosten zijn voor de vernietiging van de hennepstekkerijen in deze zaken, omdat hij een vast bedrag per ruiming hanteert. In de tweede plaats heeft de officier van justitie de rechtbank gevraagd een schatting te maken van de personele- en organisatiekosten, terwijl uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit niet mag. In de derde plaats heeft de officier van justitie onder deze kosten werkzaamheden geschaard, die niet direct met de vernietiging van de hennepstekkerij samenhangen. De rechtbank heeft dan ook niet kunnen vaststellen wat de daadwerkelijk kosten zijn geweest van deze specifieke ruimingen, terwijl het wel de bedoeling van de wetgever is geweest dat juist die kosten op de daders worden verhaald.