Roermond|

Vergunning voor dakterras op studentenpand moet worden herzien

De rechtbank Limburg heeft vandaag geoordeeld dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (het college) onvolledig is geweest in de belangenafweging en motivering van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het gebruik van een dakterras op een studentenpand aan de Spoorweglaan in Maastricht.

Aanleiding

Een buurtbewoner heeft beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. ingesteld tegen de verleende omgevingsvergunning. Hij ervaart overlast van het gebruik van het dakterras door de studenten. Verzoek aan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is nu om te toetsen of het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning van de gemeente redelijk is.

Oordeel van de rechtbank

De buurtbewoner heeft een beroep gedaan op gemeentelijk beleid over studentendakterrassen. Volgens de rechtbank bestaat een dergelijk gemeentelijk beleid echter niet. Het enkele feit dat het college in het verleden handhavend heeft opgetreden tegen het (toen nog niet vergunde) dakterras, betekent niet dat de gemeente geen omgevingsvergunning meer mocht verlenen. Het college mocht er ook van uit gaan dat de (geluids)overlast die de buurtbewoner van het dakterras in het verleden ondervond, verminderd is in de vergunde situatie. Door de verlening van de omgevingsvergunning is het dakterras namelijk kleiner geworden en verder van de woning van de betreffende buurtbewoner af komen te liggen.

Dat betekent echter niet dat sprake is van aanvaardbare (geluids)overlast. Het college heeft namelijk niet in zijn afweging betrokken dat het dakterras door studenten wordt gebruikt. Dat had het college wel moeten doen. Het gebruik van een pand door studenten kan namelijk van invloed zijn op het woon- en leefklimaat. De belangenafweging en motivering van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning zijn daarom onvolledig. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.