Vrijspraak voor veroorzaken ongeval Carboonplein Kerkrade
Verklaring verdachte
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft verklaard dat hij voorafgaand aan het ongeval onwel is geworden in de supermarkt. Hij dacht zelf dat het mogelijk een hartaanval zou kunnen zijn. Hij is terug gegaan naar zijn auto en heeft daar gewacht totdat hij zich weer beter voelde. Toen hij zich weer in staat voelde om aan het verkeer deel te nemen, is hij weggereden uit het parkeervak. Kort daarna is hij onwel geworden.
Verwijt
Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. had de man niet in de auto moeten stappen omdat hij zich kort daarvoor niet goed voelde. De man is suikerpatiënt en had voorafgaand aan de fatale autorit de bloedsuikerspiegel moeten controleren, zoals het CBR dit aan automobilisten met diabetes mellitus adviseert. Hij heeft dus niet alles gedaan dat in zijn macht lag om een ongeluk te voorkomen en is daarom strafbaar, aldus de officier van justitie.
Oordeel rechtbank
Door de symptomen die hij waarnam, heeft de verdachte gemeend dat het onwel worden niet in relatie stond met de suikerziekte. Hij is pas weer gaan rijden op het moment dat deze symptomen verdwenen waren en hij zich in staat voelde om weer aan het verkeer deel te nemen. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt deze conclusie niet onbegrijpelijk en niet onlogisch. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet is bewezen dat de verdachte, toen hij aan de fatale autorit begon, wist of kon vermoeden dat hij niet in staat was om aan het verkeer deel te nemen. Er is ook geen eenduidige oorzaak voor het onwel worden van de verdachte aangetoond.