De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft vandaag, 9 mei 2018, uitspraak gedaan over de voorlopige voorziening die door een afvalverwerkingsbedrijf was gevraagd. Het afvalverwerkingsbedrijf probeerde daarmee te voorkomen dat de opslag van kunststof afval moet worden teruggebracht naar maximaal 100 ton. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen. Dit betekent dat het bedrijf de opslag van kunststof afval voor 23 mei a.s. moet afbouwen tot de in de milieuvergunning toegestane hoeveelheid van maximaal 100 ton. Als dat niet gebeurt, moet de afvalverwerker per week een dwangsom van 10.000 euro betalen met een maximum van 80.000 euro.