Ruim 13 jaar cel voor medeplichtigheid moorden Amersfoort en Steenbergen

Vijf moorden
Het opsporingsonderzoek, genaamd Lucifer, dat heeft geleid tot deze strafzaak betreft een overkoepelend politieonderzoek naar de betrokkenheid van de Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. bij de moorden op vijf personen. Het gaat om twee moorden in Houten in 2011, twee moorden in Amersfoort in 2014 en een moord in Steenbergen in 2014. De betrokkenheid van de verdachte bij deze moorden is door het OM in verschillende juridische varianten ten laste gelegd: medeplegen, medeplichtigheid en voorbereidingshandelingen.
Medeplichtig aan twee moorden
De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan een moord op 20 januari 2014 in Amersfoort. Uit het dossier volgt dat de verdachte in de dagen voorafgaand aan de moord bezighield met voorverkenningen en observaties, onder andere bij de plaats delict en de woning van het slachtoffer. Met de verrichte voorverkenningen door de verdachte is informatie ten behoeve van de moord verkregen en ook verschaft. Dat er geen concreet bewijs is voor het daadwerkelijk verschaffen van informatie aan de uiteindelijke schutter, doet aan deze conclusies niets af. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor medeplichtigheid aan deze moord.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een Het opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. op 14 april 2014 in Steenbergen. Ook bij deze moord was het de verdachte die zich in de periode voorafgaand aan de moord bezighield met voorverkenningen en observaties. Daarnaast ontving de verdachte in deze periode informatie over de locatie van het slachtoffer door apparatuur die onder zijn auto was geplaatst. Deze bijdrage van de verdachte in de voorbereiding is ook hier van voldoende gewicht om hem als medeplichtige aan te merken.
Beslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht. andere moorden
De verdachte wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij twee moorden in Houten in 2011 en een moord in Amersfoort op 1 december 2014. Het dossier bevat volgens de rechtbank onvoldoende concrete aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte als medepleger of als medeplichtige bij deze dubbele liquidatie betrokken was.
Het plegen van voorbereidingshandelingen voor een moord in Amersfoort op 1 december 2014 kan eveneens niet bewezen worden. Dit komt omdat de rechtbank op basis van het dossier niet kan vaststellen dat de verdachte voorwerpen tot zijn 1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. heeft gehad die een rol hebben gespeeld bij de uitvoering van de moord.
Bewuste keuze
Moord behoort tot de ernstigste feiten die in onze strafwetgeving strafbaar zijn gesteld. Een moord in de vorm van een liquidatie door een georganiseerde criminele organisatie geeft aan die ernst een extra lading. De verdachte wordt in deze zaak niet vervolgd voor het lidmaatschap van een criminele organisatie, maar dit lidmaatschap weegt wel strafverzwarend bij het bepalen van de op te leggen straf. De verdachte heeft er immers kennelijk bewust voor gekozen om deel uit te maken van een organisatie die zich mede bezighoudt met het uitvoeren van liquidaties, en heeft ook aan meerdere liquidaties een concrete en essentiële bijdrage geleverd.
Gevangenisstraf
De maximaal op te leggen straf voor de bewezenverklaarde feiten in deze zaak is een gevangenisstraf van 26 jaar en 8 maanden.
De verdachte is in een eerder onderzoek veroordeeld tot 13 jaar cel voor (onder meer) feiten die raken aan de voorbereiding van liquidaties, maar in die zaak is hij niet verantwoordelijk gehouden voor de daadwerkelijke dood van slachtoffers. In deze zaak heeft de rechtbank wel een concrete rol vastgesteld van de verdachte bij het overlijden van twee personen. Dat rechtvaardigt het opleggen van een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur naast de straf die in de eerdere strafzaak al is opgelegd.
Omdat de verdachte de feiten waar het in deze zaak over gaat, heeft gepleegd vóór zijn eerdere veroordeling, moet op basis van de wet de eerder opgelegde straf worden afgetrokken van het strafmaximum. Dit betekent dat de maximale gevangenisstraf die de rechtbank in deze zaak nog kan opleggen 13 jaren en 8 maanden bedraagt. Gelet op de ernst van de feiten, acht de rechtbank de maximaal op te leggen straf ook passend en geboden. Een kortere straf doet geen recht aan de ernst van de feiten.