5 Jaar cel voor poging tot doodslag op meubelstoffeerder
Ontevreden
Het slachtoffer, een meubelstoffeerder uit Emmen, kwam op 2 december 2019 samen met een paar familieleden naar Veenendaal om meubels af te leveren bij een klant. Toen ze dat eenmaal gedaan hadden en weer waren vertrokken, zagen ze kort daarna dat de betreffende klant (de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld.) hen inhaalde en de weg blokkeerde. De verdachte stapte op de kruising van de Brinkersteeg met de Cuneraweg uit zijn auto en schoot op het slachtoffer. Die werd hierbij in zijn buik geraakt. Een andere kogel kwam in de deur van zijn auto terecht.
Bekend
De verdachte heeft op zitting bekend dat hij op het slachtoffer heeft geschoten. Dit deed hij met een vuurwapen dat hij al jaren in zijn auto bewaarde. Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. was geen sprake van voorbedachte rade en heeft de verdachte zich dus schuldig gemaakt aan poging tot doodslag. Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. richtte de verdachte het wapen ook op een tweede persoon, de vader van het slachtoffer. De officier eiste daarom 8 jaar cel voor twee keer poging tot doodslag. Maar de rechtbank gaat hier niet in mee. Uit verklaringen van getuigen blijkt dat niemand heeft gezien dat de verdachte zijn wapen ook daadwerkelijk nog op iemand anders heeft gericht.
Straf
Uit psychiatrisch en neurologisch onderzoek komt naar voren dat de verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis die ook invloed heeft op zijn gedrag. Hiervan was ook sprake tijdens het plegen van het strafbare feit. Volgens de psychiater is het aannemelijk dat er een relatie bestaat tussen het bewezenverklaarde en de stoornis. Daarom wordt geadviseerd om het feit in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt dit advies over. De verdachte wordt door de rechtbank veroordeeld tot een celstraf van 5 jaar. Ook moet hij een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer en zijn familie.