Utrecht|

Burgemeester Veenendaal mag horeca geen lachgasverbod opleggen

De burgemeester van Veenendaal mag horecagelegenheden in zijn gemeente geen lachgasverbod opleggen. Dit betekent dat de cafés lachgas mogen blijven verkopen. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland beslist in een procedure tussen twee uitbaters van de cafés en de burgemeester. Verkoop van lachgas is op dit moment niet in strijd met de Opiumwet en de openbare orde in Veenendaal wordt door de verkoop ervan in de horeca momenteel niet verstoord.

Burgemeester negeerde advies

In januari 2020 besloot de burgemeester van Veenendaal de regels voor exploitatievergunningen van horeca aan te scherpen. Hij wilde het bezit en de verkoop van lachgas in de horeca verbieden omdat hij bang is voor gezondheidsschade bij jongeren door het gebruik van lachgas. Volgens de uitbaters van cafés Het Dak van de Markt en de Heeren van Ruysdael is de burgemeester bij wet niet bevoegd deze restrictie om die reden op te leggen. Daarnaast wordt volgens hen het lachgasverbod niet gerechtvaardigd door het belang van de openbare orde. Die zou namelijk niet verstoord worden. De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Veenendaal zei eerder al dat de burgemeester niet bevoegd is dit verbod in te stellen, maar de burgemeester legde dit advies naast zich neer.

Geen verstoring van de openbare orde

Ook de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt nu dat de burgemeester niet bevoegd is om het lachgasverbod op te leggen. Hij mág voorschriften opleggen aan een exploitatievergunning, maar alleen in het belang van de openbare orde. De rechtbank is het met de uitbaters van de cafés eens dat die openbare orde momenteel niet verstoord wordt. Een burgemeester mag voorschriften aan een vergunning verbinden, ook om veiligheidsrisico’s te voorkomen, maar het gaat hier om een al bestaande situatie en er zijn geen incidenten geweest, dus is er volgens de rechtbank geen sprake van een dreigende verstoring van de openbare orde die het opleggen van zo’n verbod kan rechtvaardigen. Daarnaast staat in de Gemeentewet dat een burgemeester ook mag optreden in het belang van de veiligheid en gezondheid, maar dat is beperkt tot acute situaties waarin ingrijpen nodig is en daarvan is geen sprake. Lachgas is bovendien vooralsnog legaal en niet in strijd met de Opiumwet. Dat betekent ook dat het voorhanden hebben en de verkoop van lachgas op zich geen inbreuk vormen voor de openbare orde.

Rechtbank begrijpt zorgen burgemeester

De rechtbank benadrukt in de uitspraak heel goed te begrijpen dat de burgemeester zich zorgen maakt over het lachgasgebruik onder jongeren en de schadelijkheid daarvan voor de gezondheid. Hij wil iets  doen zolang er landelijk niets geregeld is. Maar het is volgens de rechtbank niet aan de burgemeester om op deze manier het lachgasgebruik een haltAfkorting voor Het Alternatief. Het Halt-bureau kan onbetaald werk opdragen als alternatief voor een boete of gevangenisstraf bij kleine vergrijpen zoals vernielingen of diefstalletjes. Halt is er alleen voor jeugdige daders. Het werk dat moet worden gedaan heeft zoveel mogelijk te maken met de aangerichte schade, bijvoorbeeld het verwijderen van graffiti. Als het werk goed is gedaan, is daarmee de zaak afgedaan en volgt er geen oproep meer om voor de kinderrechter te verschijnen. toe te roepen. Dat is aan de wetgever in Den Haag.