Utrecht|

Man veroordeeld voor bedreigen burgemeester Van Zanen

Een 58-jarige man uit Utrecht heeft in juli van dit jaar drie keer de burgemeester van Utrecht bedreigd. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk.

Ernstige bedreiging

Twee van de bedreigingen uitte de man via de telefooncentrale van de gemeente Utrecht. Vervolgens is hij naar het gemeentehuis toegegaan en heeft hij tijdens zijn aanhouding een derde bedreiging geuit. De man heeft een ernstige inbreuk gemaakt op het (privé)leven van de burgemeester. Een burgemeester vervult een publieke functie, die hij ongestoord en zonder vrees moet kunnen uitoefenen. Burgers die het niet eens zijn met beslissingen of het beleid van overheidsinstanties kunnen daar bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. tegen maken via de daarvoor in het leven geroepen procedures. Het is ontoelaatbaar om in zo’n geval een burgemeester als openbaar gezagsdrager te bedreigen met de dood.

Behandeling en contactverbod

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken. De rechtbank verbindt meerdere bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke celstraf, waaronder een behandeling, reclasseringstoezicht en een contactverbod met de burgemeester. De verdachte zat sinds juli in voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken., maar is vorige week vrijgelaten. De tijd die hij heeft vastgezeten zal van zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden afgetrokken. Dat betekent dat hij iets meer dan 40 dagen langer heeft gezeten dan de straf die hem wordt opgelegd. Daar houdt de rechtbank rekening mee bij zijn eerder voorwaardelijk opgelegde straffen van in totaal 61 dagen. De rechtbank bepaalt dat hij daar nog 20 dagen van moet uitzitten en de rest boven zijn hoofd blijft hangen.