Man vrijgesproken van bedreiging Tourstart
De zaak
Enkele dagen voor de tourstart had de man waanbeelden en dromen waarin hij bijvoorbeeld met een bom in het publiek ging staan en zuur naar de wielrenners gooide. Met deze informatie klopte hij aan bij zijn wijkagent. Dat leidde enkele dagen later tot zijn aanhouding.
Frustraties bespreken
De gesprekken die de man met de wijkagent had, waren bedoeld om de frustraties van hem bespreekbaar te maken. Dat heeft de man in dit geval ook gedaan. Uit de verklaringen die de man heeft afgelegd blijkt dat hij, hoewel hij een drang had iets te doen, niet wilde dat de Tour de France zou worden verpest. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat onvoldoende blijkt dat de man opzet had om het publiek en de renners van de Tour de France echt bang te maken. Bovendien heeft de dreiging het publiek en de renners nooit bereikt. Het lijkt er meer op dat de man zijn frustraties met de wijkagent bespreekbaar wilde maken toen hij last had van stress.
3d wapens
De rechtbank neemt het de man kwalijk dat hij zelfgemaakte wapens in huis had. Ondanks dat onvoldoende duidelijk is geworden hoe gevaarlijk de wapens waren, kunnen wapens in het algemeen een gevoel van angst en onrust veroorzaken. De rechtbank legt 9 dagen gevangenisstraf op, dit is gelijk aan de tijd dat de man al in voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken. heeft gezeten.
Gat hulpverlening
De rechtbank is het met deskundigen eens dat de man intensieve behandeling en begeleiding nodig heeft vanwege zijn stoornis. Ondanks zijn ernstige problematiek en gevaar voor herhaling, lijkt het erop dat de hulpverlening voor de man op dit moment ontoereikend is. Dit is onwenselijk, maar de rechtbank vindt het niet juist om dit gat, dat blijkbaar in de hulpverlening bestaat, op te lossen met het opleggen van een straf die niet bij de gepleegde feiten past.