Man vrijgesproken van ontucht met zijn stiefdochters
Bewijs

De man werd verdacht van zedenfeiten die plaats zouden hebben gevonden in 2014 en in 2017. Dit soort zaken kenmerkt zich doorgaans door het feit dat slechts twee personen aanwezig zijn bij de seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader(Mede)pleger van een strafbaar feit of degene die het feit heeft uitgelokt.. Volgens de wet kan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. een verdachte niet uitsluitend op één getuigenverklaring veroordelen. Om tot een bewezenverklaring te komen moet er aanvullend bewijs uit een andere bron te zijn.
Getuigenverklaringen
De man heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het ontucht. In het dossier bevinden zich naast de twee aangiftes ook getuigenverklaringen, maar de bron hiervan zijn steeds de twee aangeefsters. Hetzelfde geldt voor de aantekeningen uit het dagboek van één van de aangeefsters. De rechtbank vindt hun verklaringen gedetailleerd en betrouwbaar, maar omdat niet wordt voldaan aan het zogenoemde bewijsminimum wordt de man vrijgesproken.