Utrecht|

Verdachten vrijgesproken van betrokkenheid liquidatie Aziz Anzi

Een 27-jarige en een 31-jarige man zijn vrijgesproken van betrokkenheid bij de liquidatie van Aziz Anzi in 2015 in De Meern. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat zij een gerichte bijdrage hebben geleverd aan de dood van Aziz Anzi.

Gps-tracker en afspraken

Het slachtoffer is op een parkeerplaats in De Meern onder vuur genomen door een onbekend gebleven persoon. Onder de auto van het slachtoffer werd een baken aangetroffen met een gps-tracker. Ook werden er in zijn auto twee telefoons aangetroffen, waaronder een Encrypted Blackberry (PGP). Op basis van de bewijsmiddelenMiddelen die de rechter overtuigen dat een verdachte schuldig is. De rechter gebruikt deze bij de motivering van het vonnis. Een andere term voor 'bewijsmiddelen' is 'bewijsmateriaal'. stelt de rechtbank vast dat de 27-jarige verdachte meerdere afspraken met Anzi heeft gemaakt, en dat de 31-jarige medeverdachte naar één van die afspraken is gereden en het baken heeft geplaatst en opgeladen.

Wezenlijke bijdrage

Om tot een veroordeling te komen moet de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. kunnen vaststellen dat de verdachten nauw samenwerkten met de schutter en een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de daadwerkelijke liquidatie.

Aanname

Uit het dossier is niet op te maken wie het baken heeft uitgelezen en of de verdachten over die informatie beschikten. Ook uit de PGP-gesprekken van de 27-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. blijkt niets van een mogelijke opdrachtgever, een motief, de wijze waarop de moord gepland is en wie daar allemaal betrokken bij zijn geweest. Het dossier biedt geen bewijs voor de aanname dat verdachten informatie met anderen hebben uitgewisseld die heeft bijgedragen aan de uitvoering van de daadwerkelijke beschieting.