Lelystad|

Veroordeling voor man die onbedoeld zijn zusje doodschoot

Een 20-jarige man uit Almere die in 2017 zijn zusje dodelijk heeft verwond hoeft niet terug naar de gevangenis. De rechtbank Midden-Nederland legt de man wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar deze straf is gelijk aan de tijd die hij al in voorarrest heeft gezeten.

Doorgeladen wapen

Op 25 augustus 2017 was de man met zijn 14-jarige zusje op één van de slaapkamers in het ouderlijk huis televisie aan het kijken toen hij haar een vuurwapen liet zien. Terwijl het wapen doorgeladen was, haalde hij de trekker over en raakte zijn zusje onbedoeld in haar romp. Zij is drie dagen later aan haar verwondingen overleden. De man is op de dag van het schietincident opgepakt. Voor de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verklaarde de man twee weken geleden dat hij niet wist dat het wapen doorgeladen was en dat hij het wapen alleen maar liet zien om stoer te doen. Ook verklaarde hij dat hij het wapen zo’n negen maanden daarvoor had gevonden.

Stoer doen

Voor de rechtbank staat het vast dat de man niet willens en wetens zijn zusje heeft doodgeschoten. Dat blijkt op geen enkele wijze uit het dossier. Hij heeft niet met opzet gehandeld, maar wel roekeloos waardoor het zijn schuld is dat zijn zusje is overleden. Hij heeft maandenlang het wapen met munitie in zijn bezit gehad. In die tijd heeft hij meerdere keren ‘stoer lopen doen’ met het wapen, door onder andere meerdere foto’s van zichzelf met het vuurwapen naar vrienden te versturen. Hij realiseerde zich  kennelijk niet hoe gevaarlijk zijn handelen was. Het overlijden van het slachtoffer onderstreept dat vuurwapenbezit met munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid met zich brengt en hoe desastreus de gevolgen kunnen zijn.

Strafmaat

De rechtbank vindt dat zijn handelen, het roekeloos omgaan met het wapen en het wapenbezit met de dood van zijn zusje als triest gevolg, niet onbestraft kan blijven. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. moet leven met de wetenschap dat hij zijn zusje om het leven heeft gebracht en dat hij de gevolgen daarvan de rest van zijn leven met zich mee moet dragen. De rechtbank legt de man een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op die gelijk is aan het voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken. en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 256 dagen.