Veroordeling voor mishandeling in Bunschoten met dodelijke afloop

Ruzie
In de nacht van 15 april komt rond 2.15 uur een melding binnen bij de politie. Er ligt een dode man in een woning in Bunschoten-Spakenburg. Ter plaatse verklaart een getuige dat hij hoorde dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en het slachtoffer ruzie hadden in hun gezamenlijke slaapkamer. Er werd ook gevochten. Toen hij ging kijken, deed de verdachte de deur open en lag het slachtoffer levenloos op de grond. De verdachte ging ervandoor toen 112 werd gebeld.
Geweld
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat de verdachte en het slachtoffer kort voor het overlijden van het slachtoffer ruzie hadden. De verdachte sprong vanaf een bed met kracht op het slachtoffer. Naar eigen zeggen duwde hij hierbij tegen de borstkas van het slachtoffer. De rechtbank gaat ervan uit dat het slachtoffer daardoor viel. Bij sectie op het lichaam zijn inwendige letsels gevonden. Uit onderzoek blijkt dat die verklaard kunnen worden door samendrukkend geweld op de hals. Dat de verdachte hiervoor verantwoordelijk is, wordt ondersteund door de verklaring van de getuige. Hij hoorde dat de verdachte en het slachtoffer vochten én dat die laatste naar adem hapte. Ook duurde het een paar minuten voordat de verdachte het slot van de deur haalde. Toen zag de getuige het slachtoffer op de grond liggen. Tot slot verklaart diezelfde getuige dat de verdachte hem kort na de ruzie vertelde dat hij het slachtoffer bijna had gewurgd.
Geen opzet
Volgens de rechtbank heeft de verdachte door de mishandeling bijgedragen aan het risico dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Het is algemeen bekend dat zich in de hals kwetsbare en vitale delen bevinden. Bovendien wist de verdachte dat het slachtoffer hartproblemen en een slechte medische conditie had. De rechtbank oordeelt dat de dood van het slachtoffer aan de verdachte kan worden toegerekend. Tegelijkertijd is volgens de rechtbank niet vast komen te staan dat de verdachte het slachtoffer opzettelijk wilde doden óf zwaar lichamelijk letsel wilde toebrengen. Daarbij komt dat de doodsoorzaak niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Naast het geweld van buitenaf kan ook de slechte medische conditie van het slachtoffer een rol hebben gespeeld bij het overlijden. De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf op van 50 dagen voor mishandeling met de dood ten gevolg. Dit is conform de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is.. Ook veroordeelt de rechtbank de verdachte tot 10 dagen cel voor de aanranding van een vrouw in juli van dit jaar.