Voorwaardelijke celstraf voor mishandeling Veenendaal

Appartement
Op 16 december 2018 breekt de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. via het dakterras in bij een ouder echtpaar, dat net in het appartement boven een snackbar is komen wonen. Verdachte slaat een ruit in en vernielt daarbij een lamp. De dag daarna komt de verdachte terug en treft dan de 78-jarige bewoner. Hij schrikt van de verdachte en valt op de grond. De verdachte buigt vervolgens over het slachtoffer heen en bedreigt hem met de dood. Ook zegt de verdachte het slachtoffer ‘kapot te willen maken’. De vrouw van het slachtoffer vlucht naar beneden en waarschuwt de snackbareigenaar, die de verdachte wegjaagt. Na zijn aanhouding vernielt de verdachte op het politiebureau zijn cel.
Psychose
De verdachte is vervolgens gedwongen opgenomen in een gesloten inrichting. Hij verkeerde op 16 en 17 december in een psychose en verdient daarom geen straf, zo stelt zijn advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten.. Hoewel daar wel degelijk aanwijzingen voor zijn, kan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. hier niet in mee gaan. De verdachte heeft namelijk niet willen meewerken aan onderzoeken naar zijn psychische welzijn.
Voorwaardelijke straf
Op basis van politieonderzoek en getuigenverklaringen stelt de rechtbank vast dat de verdachte twee keer op het dakterras van de slachtoffers is geweest. De laatste keer is hij ook naar binnen gegaan en heeft de oudere bewoner bedreigd. Na zijn aanhouding veroorzaakte de verdachte vervolgens schade op het politiebureau. Uit verklaringen van diverse deskundigen blijkt dat de verdachte inderdaad psychische problemen heeft. Maar mede doordat de verdachte niet mee wilde werken aan onderzoeken kan de rechtbank niet zeggen dat hij volledig ontoerekeningsvatbaarHet niet toerekenen van een strafbaar feit aan de dader vanwege zijn psychische toestand. was. Wel blijkt uit het onderzoek dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was. De geëiste onvoorwaardelijke celstraf van 3 maanden vindt de rechtbank om die reden niet passend. Onder deze omstandigheden en om herhaling te voorkomen, veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken, met een proeftijd van 2 jaar.