Vrijspraak voor gewapende overval postsorteercentrum De Bilt

Overval
Tijdens de gewapende overval op 16 november 2016 namen vijf mannen voor meer dan twee miljoen euro aan horloges, meer dan 100 identiteitsbewijzen en sieraden mee. De broer van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. werkte ten tijde van de overval bij het postsorteercentrum. Hij is door de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Midden-Nederland eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar. Hij opende de roldeur van het pand en zette het toegangshek open. De rechtbank veroordeelde een andere man tot 5 jaar cel. Hij was één van de overvallers. Volgens het OM zijn er nog vier andere verdachten, maar zij zijn nog niet vervolgd.
Spin in het web
Volgens de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. was de verdachte de spin in het web van de overval. Zo zou hij de ontmoetingsplaats van de overvallers hebben geregeld en hen getipt hebben over de waardevolle spullen bij het postsorteercentrum. Daarnaast zou de verdachte het openen van de deuren van het postsorteercentrum telefonisch met zijn broer hebben afgestemd, haalde hij de mededaders op in Den Haag en stak hij volgens de officier de vluchtauto in brand.
Vrijspraak
De rechtbank vindt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van de overval. In tegenstelling tot de officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. oordeelt de rechtbank dat niet bewezen kan worden dat de man de spin in het web was. Er is telefonisch contact geweest tussen de verdachte en zijn broer, maar het is niet bekend wat de inhoud van dat gesprek was. Het telefoontje is op zichzelf onvoldoende bewijs om te concluderen dat de verdachte de overval met zijn broer heeft afgestemd. Ook bevat het dossier onvoldoende bewijs dat hij de andere verdachten tipte over de waardevolle spullen, dat hij de andere voorbereidingen voor de overval trof en dat hij de vluchtauto in brand stak. De rechtbank spreekt hem daarom vrij. De officier van justitie had 5 jaar gevangenisstraf geëist.