Vrijspraak na dodelijke aanrijding Marken

Dodelijke aanrijding
In de nacht van 24 op 25 juli 2020 is het meisje van huis weggelopen. Haar ouders hebben tevergeefs naar haar gezocht. Later die nacht heeft de politie het meisje gevonden in de berm van de Zeedijk tussen Marken en Monnickendam. Ze is door een aanrijding overleden.
Uit onderzoek blijkt dat het meisje al op de weg lag op het moment van de aanrijding. De automobilist zegt dat hij het meisje niet heeft gezien. Hij heeft wel gemerkt dat hij ergens overheen is gereden, maar hij dacht dat het een dier was. Hij keek op dat moment op zijn navigatie.
Beslissing van de rechtbank
De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt dat de automobilist geen schuld heeft aan het ongeval. Er zijn geen aanwijzingen dat hij harder heeft gereden dan de toegestane snelheid van 80 km/u. Uit onderzoek blijkt dat de automobilist vlak voor de aanrijding mogelijk 2,5 seconden op zijn navigatie gekeken. De vraag is of dat onder de omstandigheden te lang is. Er is geen fiets- of voetpad direct naast de weg en er staan geen huizen of andere bouwwerken aan de kant van de weg. Het was midden in de nacht, het was helder weer en er was weinig verkeer. Onder die omstandigheden vindt de rechtbank dat de automobilist niet onverantwoord lang op zijn navigatie heeft gekeken en dus geen schuld heeft aan het ongeval. De rechtbank vindt ook niet dat de automobilist een gevaarlijke situatie heeft gecreƫerd door een kort moment op zijn navigatie te kijken. De rechtbank vindt ook niet dat de automobilist te hard heeft gereden om op tijd te kunnen remmen voor het meisje dat op de weg lag.
De laatste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. is doorgereden terwijl hij wist of moest vermoeden dat hij iemand had aangereden. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de automobilist dat hij dacht dat hij over een dier was gereden. De wegsituatie en de aard van de schade aan de auto gaven geen aanleiding te veronderstellen dat hij een mens had aangereden. Een deskundige heeft bevestigd dat je het verschil tussen het overrijden van een mens of een dier niet kunt merken. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor het scenario dat de automobilist is uitgestapt en het lichaam van het meisje heeft verplaatst.
De rechtbank spreekt de automobilist vrij van alle beschuldigingen.